zaterdag 17 september 2016
maandag 5 september 2016
4 september 2016: Moeder Teresa heilig verklaard
Herbekijk hier de Mis voor de heiligverklaring van Moeder Teresa.
Kolkata, 4 januari 2016: bezoek aan het "Mother House", AJC Bose Road, met het graf van Moeder Teresa:
zaterdag 4 juni 2016
Identiteit en dialoog
Homilie bij de 9de zondag door het jaar C (Lucas 7,1-10)
Met de komst van Jezus, de Christus, hier op aarde kreeg de heilsgeschiedenis een nieuwe wending. En onder heilsgeschiedenis mogen we dan verstaan: Gods plan, Gods verhaal met de mens. Met de komst van Jezus kreeg de heilsgeschiedenis meer ruimte en diepgang. Want Gods boodschap van heil, van redding, bleef niet langer voorbehouden voor het volk dat God had uitverkoren … het Godsvolk Israël. Met Jezus kwam het heil over de hele mensheid, over joden en niet-joden (over de heidenen)!
En zo richtte Jezus zijn verkondiging niet alleen tot het eigen joodse volk. Meer dan naar synagogen en naar Jeruzalem trok Jezus naar de periferie, tot aan de grens met het heidense land. Jezus zocht voor zijn verkondigingswerk vooral plekken op waar verschillende religies en culturen elkaar kruisten. Het Evangelie van deze zondag is hier een mooie illustratie van.
Jezus bevindt zich in Kafarnaüm, een stadje aan de grens, op een kruispunt van culturen… En in dat stadje is er een Romeinse honderdman die aan Jezus de boodschap laat overbrengen dat zijn knecht op sterven ligt. Jezus is verwonderd over het diepe geloof van deze niet-jood, van deze heiden. “Zelfs in Israël heb ik zo’n groot geloof niet gevonden”, zegt Jezus. In Nazareth stuitte Jezus op het ongeloof van zijn dorpsgenoten. Hier, in Kafarnaüm, is er die honderdman, bij wie Jezus een groter geloof vindt dan op vele plaatsen van joods religieus leven. Hier herkent Jezus tekenen van heil ook buiten de eigen joodse kring.
Vandaag leven we steeds meer en meer in een samenleving die doet denken aan de wereld die Jezus uitkoos voor zijn verkondigingswerk… een wereld waarin mensen van verschillende talen, culturen en religies tot samenleven gedoemd zijn. De hele wereld bevindt zich om ons heen. We wonen steeds meer te midden een smeltkroes van talen, culturen en geloofsovertuigingen. En of we dat nu willen of niet: we zijn gedoemd tot samenleven.
En die realiteit stelt ons als christenen en als Kerk voor een grote uitdaging. Die uitdaging kunnen we enkel aan, wanneer we het ‘extra ecclesiam nulla salus’ (oftwel ‘buiten de Kerk geen heil’) niet langer absoluut stellen en ook tekenen van heil buiten de eigen muren ten volle serieus nemen… dus ook in andere geloofsovertuigingen.
Maar wat we vandaag sterk kunnen aanvoelen, is dat bijvoorbeeld de groei van de islam in Europa heel wat mensen zorgen baart. Mensen spreken mij hierover wel eens aan en zeggen me dan dat ze niet goed weten hoe ze zich als christen hiertoe moeten verhouden… “Wat is uw mening, mijnheer pastoor?”, vragen ze me dan. En ik antwoord hen dan met een wedervraag: “Wat zou Jezus doen?”
Wat Jezus zou doen? Dat vinden we terug in het Evangelie: Jezus trok weldoende rond, Hij verkondigde Gods blijde boodschap… een boodschap van liefde, en zijn verkondiging bestond in het getuigenis van die liefde, in woord en daad, tot het uiterste, met uiteindelijk de dood tot gevolg, want velen namen zijn boodschap niet aan. En toch ging Hij de confrontatie niet uit de weg, want, zoals Hij zei was Hij “niet gekomen voor de gezonden, maar voor de zieken”. Hij zocht het verloren schaap en ging daarom naar wie verstoken waren van Gods licht en liefde, de mensen aan de rand, de heidenen…
Gods liefde kan de harten van mensen enkel raken wanneer wij zelf spiegel van Gods liefde zijn, wanneer wij de blijde boodschap van Jezus en zijn liefde verkondigen in woord en daad, in alle vrijmoedigheid. Niet wanneer wij in een wij-zij-verhaal vervallen en muren opwerpen waarachter de ander (de andersgelovige) het best verscholen blijft.
Maar laten we eerlijk bekennen: doen we dat wel voldoende, getuigen van wat de blijde boodschap van Jezus en zijn liefde voor ons betekent? In daden lukt ons dit nog min of meer, maar vaak hebben we niet de durf om over ons geloof te praten…
Er is de voorbije weken veel inkt gevloeid over de katholieke dialoogschool. En zonder de hele discussie hierrond te willen heropenen, lijdt het geen twijfel: een school waar geen ruimte is voor dialoog kan zichzelf geen katholieke school noemen. Jezus gaf ons hierin ook het voorbeeld: ook het Evangelie van deze zondag toont ons Jezus als man van de dialoog, al is het met wat tussenschakels.
Maar dialoog is niet mogelijk zonder identiteit. En daar wringt nu juist het schoentje, zoals filosoof Gerard Bodifée onlangs stelde. Want, zo zei hij: “Eerst moeten de katholieken de eigen identiteit terugvinden.” “De katholieken hebben moeite met hun eigen identiteit en de elementaire kennis over hun godsdienst ontbreekt meer en meer.” En hij vervolgt: “Religiositeit is taboe geworden, er wordt niet meer over gesproken, we stoppen het weg.” Mocht Jezus hebben gezwegen, mocht Hij nooit ter sprake hebben gebracht wie Hij was, in alle vrijmoedigheid, nooit kleur hebben bekend, dan zou zijn boodschap van heil de harten van mensen nooit hebben geraakt, ook en zeker niet dat van de honderdman.
Met de komst van Jezus, de Christus, hier op aarde kreeg de heilsgeschiedenis een nieuwe wending. En onder heilsgeschiedenis mogen we dan verstaan: Gods plan, Gods verhaal met de mens. Met de komst van Jezus kreeg de heilsgeschiedenis meer ruimte en diepgang. Want Gods boodschap van heil, van redding, bleef niet langer voorbehouden voor het volk dat God had uitverkoren … het Godsvolk Israël. Met Jezus kwam het heil over de hele mensheid, over joden en niet-joden (over de heidenen)!
En zo richtte Jezus zijn verkondiging niet alleen tot het eigen joodse volk. Meer dan naar synagogen en naar Jeruzalem trok Jezus naar de periferie, tot aan de grens met het heidense land. Jezus zocht voor zijn verkondigingswerk vooral plekken op waar verschillende religies en culturen elkaar kruisten. Het Evangelie van deze zondag is hier een mooie illustratie van.
Jezus bevindt zich in Kafarnaüm, een stadje aan de grens, op een kruispunt van culturen… En in dat stadje is er een Romeinse honderdman die aan Jezus de boodschap laat overbrengen dat zijn knecht op sterven ligt. Jezus is verwonderd over het diepe geloof van deze niet-jood, van deze heiden. “Zelfs in Israël heb ik zo’n groot geloof niet gevonden”, zegt Jezus. In Nazareth stuitte Jezus op het ongeloof van zijn dorpsgenoten. Hier, in Kafarnaüm, is er die honderdman, bij wie Jezus een groter geloof vindt dan op vele plaatsen van joods religieus leven. Hier herkent Jezus tekenen van heil ook buiten de eigen joodse kring.
Vandaag leven we steeds meer en meer in een samenleving die doet denken aan de wereld die Jezus uitkoos voor zijn verkondigingswerk… een wereld waarin mensen van verschillende talen, culturen en religies tot samenleven gedoemd zijn. De hele wereld bevindt zich om ons heen. We wonen steeds meer te midden een smeltkroes van talen, culturen en geloofsovertuigingen. En of we dat nu willen of niet: we zijn gedoemd tot samenleven.
En die realiteit stelt ons als christenen en als Kerk voor een grote uitdaging. Die uitdaging kunnen we enkel aan, wanneer we het ‘extra ecclesiam nulla salus’ (oftwel ‘buiten de Kerk geen heil’) niet langer absoluut stellen en ook tekenen van heil buiten de eigen muren ten volle serieus nemen… dus ook in andere geloofsovertuigingen.
Maar wat we vandaag sterk kunnen aanvoelen, is dat bijvoorbeeld de groei van de islam in Europa heel wat mensen zorgen baart. Mensen spreken mij hierover wel eens aan en zeggen me dan dat ze niet goed weten hoe ze zich als christen hiertoe moeten verhouden… “Wat is uw mening, mijnheer pastoor?”, vragen ze me dan. En ik antwoord hen dan met een wedervraag: “Wat zou Jezus doen?”
Wat Jezus zou doen? Dat vinden we terug in het Evangelie: Jezus trok weldoende rond, Hij verkondigde Gods blijde boodschap… een boodschap van liefde, en zijn verkondiging bestond in het getuigenis van die liefde, in woord en daad, tot het uiterste, met uiteindelijk de dood tot gevolg, want velen namen zijn boodschap niet aan. En toch ging Hij de confrontatie niet uit de weg, want, zoals Hij zei was Hij “niet gekomen voor de gezonden, maar voor de zieken”. Hij zocht het verloren schaap en ging daarom naar wie verstoken waren van Gods licht en liefde, de mensen aan de rand, de heidenen…
Gods liefde kan de harten van mensen enkel raken wanneer wij zelf spiegel van Gods liefde zijn, wanneer wij de blijde boodschap van Jezus en zijn liefde verkondigen in woord en daad, in alle vrijmoedigheid. Niet wanneer wij in een wij-zij-verhaal vervallen en muren opwerpen waarachter de ander (de andersgelovige) het best verscholen blijft.
Maar laten we eerlijk bekennen: doen we dat wel voldoende, getuigen van wat de blijde boodschap van Jezus en zijn liefde voor ons betekent? In daden lukt ons dit nog min of meer, maar vaak hebben we niet de durf om over ons geloof te praten…
Er is de voorbije weken veel inkt gevloeid over de katholieke dialoogschool. En zonder de hele discussie hierrond te willen heropenen, lijdt het geen twijfel: een school waar geen ruimte is voor dialoog kan zichzelf geen katholieke school noemen. Jezus gaf ons hierin ook het voorbeeld: ook het Evangelie van deze zondag toont ons Jezus als man van de dialoog, al is het met wat tussenschakels.
Maar dialoog is niet mogelijk zonder identiteit. En daar wringt nu juist het schoentje, zoals filosoof Gerard Bodifée onlangs stelde. Want, zo zei hij: “Eerst moeten de katholieken de eigen identiteit terugvinden.” “De katholieken hebben moeite met hun eigen identiteit en de elementaire kennis over hun godsdienst ontbreekt meer en meer.” En hij vervolgt: “Religiositeit is taboe geworden, er wordt niet meer over gesproken, we stoppen het weg.” Mocht Jezus hebben gezwegen, mocht Hij nooit ter sprake hebben gebracht wie Hij was, in alle vrijmoedigheid, nooit kleur hebben bekend, dan zou zijn boodschap van heil de harten van mensen nooit hebben geraakt, ook en zeker niet dat van de honderdman.
woensdag 25 mei 2016
woensdag 2 december 2015
Een samenleving die het fundament, God, onderuit haalt, is een kwetsbare samenleving
Homilie bij de 1ste adventszondag jaar C

Waakzaamheid… het was de voorbije weken hét sleutelwoord. Gezien de toenemende terreurdreiging werden we verzocht waakzaam te zijn, want je weet nooit waar of wanneer het geweld toeslaat! Terreurdreigingsniveaus werden verhoogd, nadien weer verlaagd, maar we werden gevraagd om waakzaam te blijven…
Ook het Evangelie van deze zondag roept ons op waakzaam te zijn. En het doemscenario dat erin wordt geschetst doet ons in velerlei opzicht denken aan onze tijd: zovele plaatsen waar oorlog en terreur heerst, mensen staan elkaar naar het leven. De klimaatconferentie die dit weekend in Parijs start. De honger die in vele delen van de wereld nog niet is opgelost. Het gebrek aan medische zorg. Vernietigende stormen die over de aarde razen... De advent richt onze aandacht niet alleen op de herdenking van Jezus’ eerste komst te Bethlehem. De advent richt onze blik ook op de tweede komst van Jezus op het einde van de tijden, “om te oordelen levenden en doden”. We moeten er ons inderdaad bewust van zijn dat niet enkel ons eigen leven hier op aarde, maar alles in deze wereld eenmaal ten einde zal gaan. De eerste christenen leefden in de verwachting dat de Mensenzoon spoedig zou terugkomen en dat ze dit tijdens hun aardse leven nog zouden meemaken. Vandaar de vermaning van Paulus in de tweede lezing om “onberispelijk te zijn en heilig voor het aanschijn van God bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.”
Naast de schrikbarende voorspellingen die we vandaag te horen krijgen, is het Evangelie in de letterlijke zin “blijde boodschap”, een vreugdevolle boodschap, want … zo luidt het in de tekst: er zal heil en redding zijn, “de Mensenzoon zal komen op een wolk” en wanneer dat gebeurt, “richt u dan op en heft uw hoofden omhoog”! Het Evangelie roept ons dan ook op om waakzaam te zijn, “want gij kent noch de dag, noch het uur van zijn komst.” De Schrift roept ons op om gericht te blijven op de Heer. Zoals Paulus schrijft: door te groeien in liefde voor elkaar, door een leven te leiden dat God welgevallig is, om zo onberispelijk en heilig voor Hem te verschijnen. Het Evangelie van vandaag roept ons op tot gebed. Wie bidt, verplaatst het centrum van zijn bestaan buiten zichzelf en legt dit in God. Bidden is groeien in onze relatie met Jezus en beseffen dat we van Hem alle heil mogen verwachten.
In de nasleep van de terreuraanslagen in Parijs klonk het unisono dat vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, de Franse idealen, meer dan ooit dienden te worden verdedigd. Anderzijds werden steunbetuigingen als “pray-for-Paris” (“bid-voor-Parijs”) als kwalijk gezien, want… men had voortaan niet meer, maar minder religie nodig. En hier bij ons gingen er opnieuw stemmen op om het godsdienstonderwijs volledig op de schop te laten gaan. Welnu, een samenleving die een aantal grote idealen huldigt, maar die tegelijk het fundament, namelijk God, onderuit haalt, is een kwetsbare samenleving die niet opgewassen is tegen het fundamentalisme waar we vandaag mee geconfronteerd worden.
De vraag die we ons dan ook moeten stellen is deze: hoe zullen wij in deze advent toeleven naar het Kerstmis van de Heer? Maar ook… hoe leven wij toe naar zijn wederkomst in heerlijkheid? Verwachten wij ons heil en onze redding van onze eigen idealen en verworvenheden, van ons eigen kunnen? Of ligt ons uiteindelijke heil in de Heer? Hij laat ons nooit in de steek. De beste manier van verwachten is leven in liefde voor elkaar… Gods liefde en Hem dienen in onze naaste. Zo zullen wij onberispelijk en heilig voor God treden bij de komst én wederkomst van onze Heer Jezus.

Waakzaamheid… het was de voorbije weken hét sleutelwoord. Gezien de toenemende terreurdreiging werden we verzocht waakzaam te zijn, want je weet nooit waar of wanneer het geweld toeslaat! Terreurdreigingsniveaus werden verhoogd, nadien weer verlaagd, maar we werden gevraagd om waakzaam te blijven…
Ook het Evangelie van deze zondag roept ons op waakzaam te zijn. En het doemscenario dat erin wordt geschetst doet ons in velerlei opzicht denken aan onze tijd: zovele plaatsen waar oorlog en terreur heerst, mensen staan elkaar naar het leven. De klimaatconferentie die dit weekend in Parijs start. De honger die in vele delen van de wereld nog niet is opgelost. Het gebrek aan medische zorg. Vernietigende stormen die over de aarde razen... De advent richt onze aandacht niet alleen op de herdenking van Jezus’ eerste komst te Bethlehem. De advent richt onze blik ook op de tweede komst van Jezus op het einde van de tijden, “om te oordelen levenden en doden”. We moeten er ons inderdaad bewust van zijn dat niet enkel ons eigen leven hier op aarde, maar alles in deze wereld eenmaal ten einde zal gaan. De eerste christenen leefden in de verwachting dat de Mensenzoon spoedig zou terugkomen en dat ze dit tijdens hun aardse leven nog zouden meemaken. Vandaar de vermaning van Paulus in de tweede lezing om “onberispelijk te zijn en heilig voor het aanschijn van God bij de komst van onze Heer Jezus met al zijn heiligen.”
Naast de schrikbarende voorspellingen die we vandaag te horen krijgen, is het Evangelie in de letterlijke zin “blijde boodschap”, een vreugdevolle boodschap, want … zo luidt het in de tekst: er zal heil en redding zijn, “de Mensenzoon zal komen op een wolk” en wanneer dat gebeurt, “richt u dan op en heft uw hoofden omhoog”! Het Evangelie roept ons dan ook op om waakzaam te zijn, “want gij kent noch de dag, noch het uur van zijn komst.” De Schrift roept ons op om gericht te blijven op de Heer. Zoals Paulus schrijft: door te groeien in liefde voor elkaar, door een leven te leiden dat God welgevallig is, om zo onberispelijk en heilig voor Hem te verschijnen. Het Evangelie van vandaag roept ons op tot gebed. Wie bidt, verplaatst het centrum van zijn bestaan buiten zichzelf en legt dit in God. Bidden is groeien in onze relatie met Jezus en beseffen dat we van Hem alle heil mogen verwachten.
In de nasleep van de terreuraanslagen in Parijs klonk het unisono dat vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid, de Franse idealen, meer dan ooit dienden te worden verdedigd. Anderzijds werden steunbetuigingen als “pray-for-Paris” (“bid-voor-Parijs”) als kwalijk gezien, want… men had voortaan niet meer, maar minder religie nodig. En hier bij ons gingen er opnieuw stemmen op om het godsdienstonderwijs volledig op de schop te laten gaan. Welnu, een samenleving die een aantal grote idealen huldigt, maar die tegelijk het fundament, namelijk God, onderuit haalt, is een kwetsbare samenleving die niet opgewassen is tegen het fundamentalisme waar we vandaag mee geconfronteerd worden.
De vraag die we ons dan ook moeten stellen is deze: hoe zullen wij in deze advent toeleven naar het Kerstmis van de Heer? Maar ook… hoe leven wij toe naar zijn wederkomst in heerlijkheid? Verwachten wij ons heil en onze redding van onze eigen idealen en verworvenheden, van ons eigen kunnen? Of ligt ons uiteindelijke heil in de Heer? Hij laat ons nooit in de steek. De beste manier van verwachten is leven in liefde voor elkaar… Gods liefde en Hem dienen in onze naaste. Zo zullen wij onberispelijk en heilig voor God treden bij de komst én wederkomst van onze Heer Jezus.
maandag 2 november 2015
"Christus heeft zijn leven niet gegeven opdat ik gewoon naar de mis zou gaan"
Zesentwintig jaar. Zo oud is de jongste priester van Vlaanderen volgens Kerknet. Hij heet Matthias Noë en woont in Izegem in West-Vlaanderen waar hij samen met de lokale deken vier parochies onder zijn hoede heeft. Klik hier voor een getuigenis...
zaterdag 19 september 2015
"Wie een kind als dit opneemt in mijn Naam neemt Mij op..."
Homilie bij de 25ste zondag door het jaar B (Marcus 9,30-37)
Elke oorlog bereikt op een bepaald moment
zijn keerpunt. Wanneer men zegt: “Zo kan het niet verder…
we moeten de krachten bundelen om eindelijk tot een oplossing te komen…” Men hoort wel eens zeggen dat de oorlog in
het Midden-Oosten, in Syrië en Irak zijn keerpunt heeft bereikt. En waardoor? Niet door meer wapens, niet
door meer bombardementen. Neen, het keerpunt is er gekomen, sinds het
beeld van de kleine Aylan, die dood op het strand van Bodrum aanspoelde, op
éénieders netvlies gebrand staat. Een klein, weerloos kind, amper drie jaar, dat
nooit iets anders heeft gekend dan oorlog en vluchten. Het beeld van dat kleine kind op het strand
heeft de harten van velen wereldwijd geraakt en lijkt de zoektocht naar vrede
in Syrië en Irak in een stroomversnelling te brengen.
Jezus stelt in het Evangelie van vandaag de
mentaliteit van de leerlingen aan de kaak: zij twisten over de vraag wie van
hen de grootste is. Vaak zijn wij niet veel anders dan de
leerlingen. Hoe dikwijls vragen wij ons niet af wie van
ons de eerste, de sterkste, de beste, de slimste of de knapste is? Zulke discussies leggen de kiem voor heel
wat onheil, zowel op het dagdagelijkse niveau van het leven als op dat van het
wereldtoneel. Zoals Jakobus het vandaag in de tweede
lezing betuigt: “waar naijver en eerzucht
heersen, daar treft men ook onrust aan en allerlei minderwaardige praktijken.”
Tegenover de wedijver om de eerste en de
grootste te zijn komt Jezus met een ontnuchterend antwoord. “Wilt gij de eersten zijn”, zegt Jezus, “dan
moet gij de laatste wezen. Wilt gij groot zijn? Maak u dan heel klein. Wilt gij
meesters zijn? Wordt dan dienaars!” Al klinkt dit allemaal erg paradoxaal; Jezus
is deze weg van dienaar ook werkelijk gegaan, tot en met de uiterste
consequentie daarvan… tot de dood op het kruis.
De twistgesprekken van de leerlingen spelen
zich af tegen de achtergrond van de verschillende lijdensvoorspellingen die
Jezus doet: dat Hij zal worden overgeleverd en ter dood gebracht. Bovendien zal de weg voortaan in een rechte
lijn verder gaan, naar Jeruzalem, Jezus’ lijden en dood tegemoet. Jezus’ woorden zijn aan de leerlingen
kennelijk voorbij gegaan. Ze begrijpen blijkbaar de paradox niet dat
grootsheid en kracht juist bestaat in kleinheid, in kwetsbaarheid en zwakheid.
Paulus schreef in gelijke bewoordingen over
de kracht van het kruis, over de sterkte van wat op het eerste gezicht een
mislukking leek: “wij verkondigen een
gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. Maar”,
schrijft Paulus, “wat in de ogen van de
wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen.” En Jezus is deze weg van het kruis ten einde
toe gegaan.
Vraag is: vanuit welke kracht is Hij die weg
gegaan? Op deze vraag is er één duidelijk antwoord:
vanuit de kracht van Gods oneindige liefde.
In een wondermooie preek op de
Wereldjongerendagen in Keulen vergeleek paus Benedictus Jezus’ liefde tot de
dood aan het kruis met een kernsplitsing. Die explosie – te midden van de dood – heeft
het sterven vernietigd. Het is de overwinning van de liefde op de
haat, de overwinning van de liefde op de dood. En het is enkel vanuit deze innerlijke
explosie van het goede, van de liefde, dat het kwade kan overwonnen worden, dat
een omvorming van onze wereld ten goede mogelijk is, aldus paus Benedictus.
Wat het Evangelie ons vandaag wil leren is
dat wij onze wereld niet kunnen omvormen tot een rijk van vrede door macht, door
de wet van de sterkste, door aanzien of geweld. Duurzame vrede is enkel mogelijk via de weg van
de kleinheid, de dienstbaarheid, een weg die voor velen een zwakke weg lijkt,
maar die als enige uiting geeft aan Gods oneindige liefde. En het is enkel die liefde die de harten van
mensen kan raken en omvormen, en zo ook de wereld kan omvormen… Mensen met een verdeeld hart zaaien ook
verdeeldheid, zoals we vandaag bij Jakobus horen. Maar wanneer mensen bij God in de leerschool
van de liefde en de dienstbaarheid gaan en tot Hem bidden, worden zij zuiveren
van hart en bewerkers van vrede.
Op 21
september begint de internationale Vredesweek. Bidden wij dat de Evangelische boodschap van
liefde en dienstbaarheid de harten mag raken en ons aanzetten tot vergeving en
vrede.
Abonneren op:
Posts (Atom)






