
Wat van meet af te verwachten was: de argumenten die in de betreffende radiobijdrage werden aangehaald, kwamen niet verder dan uitspraken zoals die van Joeri Gagarin, de eerste man in de ruimte, die de schlemielige opmerking liet optekenen, dat hij tijdens zijn reis in de ruimte nergens God was tegengekomen. Zonde van de zendtijd.
U ziet: ik ben terug van weg geweest! De examens van de voorbije maanden maakten het voor mij onmogelijk om regelmatig mijn beslommeringen neer te pennen. Het waren drukke jaren, waarbij ik werk en studie moest zien te combineren. Vanaf heden ben ik voor twee jaar vrijgesteld om me ten volle te kunnen wijden aan mijn pastorale stage in het kader van mijn opleiding tot priester. Stageplaats is Brasschaat. In de mate van het mogelijke zal ik geïnteresseerden via het medium van deze blog op de hoogte houden van mijn ‘pilgrim’s progress’ tijdens de volgende twee stagejaren en daarbij ook controverses niet uit de weg gaan.
Ik wil meteen van start gaan door te verwijzen naar een artikel dat ik ter voorbereiding van een werkstuk voor het vak christelijke ethiek heb gelezen. De tekst is van de hand van de Italiaanse godsdienstsocioloog Massimo Introvigne. In het kader van de schandalen rond kindermisbruik binnen de Kerk maakt hij een aantal interessante bedenkingen. Hij stelt de vraag waarom in 2010 dagelijks oude en vaak welbekende zaken van misbruik opgegraven worden en waarom hiermee de paus aangevallen wordt? Introvigne vindt dit paradoxaal, zeker wanneer men de grote strengheid over ditzelfde onderwerp van de toen kardinaal Ratzinger en van Benedictus XVI in ogenschouw neemt. De socioloog vervolgt zijn bijdrage door te verwijzen naar de ‘morele entrepreneurs’ – een term van Philip Jenkins die daarmee diegenen wil aanduiden die een belangrijke rol vervullen in wat Introvigne met ‘morele paniek’ omschrijft. Met ‘morele paniek’ wordt bedoeld: het procedé waarbij echte feiten systematisch worden versterkt (met name in de media en in het politieke debat). Aan morele paniek liggen objectieve en echte gevaren ten gronde. Daarover laat Introvigne geen twijfel bestaan, maar de statistische omvang wordt overdreven. En vaak zijn het de ‘morele entrepreneurs’ die deze paniek helpen ontstaan en in stand houden en wiens agenda vaak verborgen blijft. Introvigne uit het vermoeden dat bepaalde min-of-meer vrijmetselaarachtige lobbygroepen uit zijn op de beschadiging van de Kerk als morele stem, in een periode waarin in Europa en elders politieke en juridische besluiten worden genomen over de abortuspil RU-486, euthanasie en de erkenning van het homohuwelijk. Alleen de stem van de Kerk en de paus is te horen bij de verdediging van het leven en het gezin. Het zijn deze uitgesproken antikerkelijke groeperingen die de sinistere macht laten zien van wat Benedictus XVI in zijn encycliek Caritas in veritate omschreef als het technocratisch cultuurperspectief en door Johannes Paulus II in 1985 werd afgewezen in zijn boodschap voor de Werelddag voor de Vrede.
Tenslotte verwijst Massimo Introvigne naar een voorspelling die door de grote Italiaanse katholieke denker Emiliano Avogardo della Motta (1798-1865) werd gemaakt en Introvigne voegt er ook nog een besluit aan toe. Vrij vertaald luidt de tekst als volgt: “[E.A. della Motta] voorspelde dat na de verwoestingen die zijn veroorzaakt door seculiere ideologieën een onvervalste “duivelse verering” zal opkomen die een aanval zal doen op het gezin en het ware concept van het huwelijk. Het opnieuw bevestigen van de sociale waarheid over morele paniek over priesters en pedofilie, zal niet op zichzelf het probleem oplossen en het zal de lobbygroepen niet stoppen. Maar het is een kleine en juiste hulde aan de grootheid van deze paus en aan een Kerk die gewond is en belasterd wordt, omdat zij niet over de vraagstukken van het leven en het gezin zal zwijgen.”


