woensdag 11 september 2013
vrijdag 6 september 2013
zaterdag 31 augustus 2013
Homilie voor de huwelijksviering van Julie Van Rompaey en Erwin Monstrey
Op zaterdag 31 augustus 2013 was het de eerste maal dat ik een huwelijk mocht inzegenen. In de parochiekerk O.-L.-Vrouw Onbevlekt Ontvangen te Maria-Ter-Heide (Brasschaat) hield ik toen volgende homilie:
Lezingen:
Fil. 4,4-9
Joh. 15,12-17
Bij het idee dat een priester een huwelijk inzegent, worden vaak de wenkbrauwen gefronst. Dat een diaken een huwelijk inzegent: daar kan men nog inkomen. Een diaken mag volgens de regels van de kerk gehuwd zijn, maar een priester die celibatair leeft? Wat weet die over de echtelijke liefde?
Welnu, toen ik zeker wist dat ik priester wilde worden, had ik dezelfde vlinders in mijn buik als die jullie, beste Julie en Erwin, voelden toen jullie meer en meer tot elkaar werden aangetrokken. Deze gevoelens verdiepten zich ook bij jullie tot iets heel fundamenteels waarvan jullie vandaag de bevestiging en bekroning vieren, maar waarvan we de verdere draagwijdte nog niet kennen, laat staan er ons iets bij kunnen voorstellen. Het belangrijkste deel van jullie verhaal moet nog geschreven worden.
Maar het meest wonderlijke in dit hele gebeuren blijft toch wel de vraag welke kracht het is die mensen ertoe brengt steeds opnieuw het goede te kiezen, en ook voor elkaar doet kiezen. Het is een vraag die betrekking heeft op het wonder van de huwelijksliefde, maar die ook van toepassing is op de weg die een religieus of priester volgt in zijn roeping.
Het antwoord op deze vraag vinden we verwoord in het Evangelie dat jullie voor vandaag kozen, beste Julie en Erwin. En, toeval of niet, laat het nu net dit Evangelie zijn dat ook op mijn diakenwijding, de laatste en beslissende stap voor mijn wijding tot priester, werd gelezen. In dat Evangelie zegt Jezus tot zijn leerlingen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.” Waarmee Jezus ons wil duidelijk maken: enkel die menselijke liefde is oprecht en waarachtig, die haar bron uitsluitend in God zelf, oorsprong van alle liefde, vindt. Dit hebben jullie, Julie en Erwin, op jullie gezamenlijke weg heel sterk ervaren, wat de reden is waarom jullie je huwelijksverbintenis vandaag ook voor God willen brengen en door Hem laten bezegelen.
De liefde die Jezus hier bedoelt, is de liefde die Hij zelf heeft voorgeleefd, zeer radicaal, met als uiterste consequentie de dood op het Kruis: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.”
Beste Julie en Erwin, jullie hebben beiden farmacie gestudeerd en zijn ondertussen ook actief in apothekerszaken. Jullie vormen een onmisbare schakel om mensen trachten weer gezond te maken die onder lichamelijk en psychisch lijden gebukt gaan. In de jaren negentig heb ik een tijdlang in Duitsland gewoond. En ik herinner me hoe ik op zekere dag naar de dokter moest. Ik denk dat ik een griep te pakken had gekregen. En ik vertelde aan de dokter wat ik tot dan toe aan medicatie reeds had ingenomen om me wat beter te voelen. Ik noemde de naam van een geneesmiddel dat ik uit België had meegenomen – het moet Sedergine of iets dergelijks geweest zijn. Als Duitser had de arts natuurlijk nog nooit van de naam Sedergine gehoord en hij vroeg me waar dat medicament dan wel goed voor was. En ik antwoordde hem, een beetje onbezonnen: “Dat is iets da voor alles goed is.” Waarop de dokter: “Wat? Hebt u het medicament gevonden dat voor alles goed is? Ongelofelijk! Zeg me waar ik het kan kopen!”
Het middel dat voor alles goed is, bestaat in de geneeskunde uiteraard niet. Maar erbuiten bestaat het wel. Het – of liever Hij – heet: Jezus Christus. Want Jezus geneest ons, mensen, wel degelijk. Hij biedt ons kracht, telkens wanneer wij samenkomen rond zijn Woord en uitgenodigd worden rond zijn Tafel. Hij biedt ons kracht wanneer Hij in het Evangelie tot ons spreekt en wanneer Hij onder ons aanwezig komt in de sacramenten. Bijvoorbeeld in het sacrament van de Eucharistie, maar ook in dat van het huwelijk, dat jullie, beste Julie en Erwin, elkaar zo meteen zullen toedienen.
En Jezus zal met jullie steeds mee op weg gaan, gedurende jullie gehele verdere leven, ook al zal je dit niet altijd even duidelijk zien. Hij zal jullie als een goede vriend steeds terzijde staan, op de vreugdevolle momenten, maar vooral ook op de moeilijkste. Dit is een belofte die Hij aan jullie doet. Daar mogen jullie op vertrouwen. Met die belofte maakt Hij vandaag reeds een begin, wanneer Hij jullie liefde voor elkaar met zijn liefde zal bezegelen.
Moge de Heer als die beste vriend die jullie steeds terzijde wil staan in jullie verdere leven als gehuwden ook steeds een plaats krijgen. Niet een plaats als wandversiering naast zovele andere mooie prenten. Neen, Christus wil niet minder dan de hoeksteen zijn, of sterker nog, het fundament van jullie leven. Aan jullie om op dit aanbod in te gaan. En aan jullie om te getuigen dat Christus jullie leven als gehuwden ook werkelijk draagt.
Op welke wijze kan dit beter geschieden dan wat Paulus in de eerste lezing beschrijft? Hij heeft het over de vreugde, hij schrijft: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.” En hij roept ons op om aandacht te schenken aan alles wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, liefelijk, eervol, deugdzaam is. Wanneer jullie je, in de liefde voor elkaar, gedragen weten door Gods liefde, kan er niets anders dan vreugde en vrede zijn in jullie leven, zoals ook Paulus schrijft.
Beste Julie en Erwin: die vreugde en vrede wens ik jullie toe in jullie verdere leven. “Moge de vrede van God uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.”
Lezingen:
Fil. 4,4-9
Joh. 15,12-17
Bij het idee dat een priester een huwelijk inzegent, worden vaak de wenkbrauwen gefronst. Dat een diaken een huwelijk inzegent: daar kan men nog inkomen. Een diaken mag volgens de regels van de kerk gehuwd zijn, maar een priester die celibatair leeft? Wat weet die over de echtelijke liefde?
Welnu, toen ik zeker wist dat ik priester wilde worden, had ik dezelfde vlinders in mijn buik als die jullie, beste Julie en Erwin, voelden toen jullie meer en meer tot elkaar werden aangetrokken. Deze gevoelens verdiepten zich ook bij jullie tot iets heel fundamenteels waarvan jullie vandaag de bevestiging en bekroning vieren, maar waarvan we de verdere draagwijdte nog niet kennen, laat staan er ons iets bij kunnen voorstellen. Het belangrijkste deel van jullie verhaal moet nog geschreven worden.
Maar het meest wonderlijke in dit hele gebeuren blijft toch wel de vraag welke kracht het is die mensen ertoe brengt steeds opnieuw het goede te kiezen, en ook voor elkaar doet kiezen. Het is een vraag die betrekking heeft op het wonder van de huwelijksliefde, maar die ook van toepassing is op de weg die een religieus of priester volgt in zijn roeping.
Het antwoord op deze vraag vinden we verwoord in het Evangelie dat jullie voor vandaag kozen, beste Julie en Erwin. En, toeval of niet, laat het nu net dit Evangelie zijn dat ook op mijn diakenwijding, de laatste en beslissende stap voor mijn wijding tot priester, werd gelezen. In dat Evangelie zegt Jezus tot zijn leerlingen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt zoals Ik u heb liefgehad.” Waarmee Jezus ons wil duidelijk maken: enkel die menselijke liefde is oprecht en waarachtig, die haar bron uitsluitend in God zelf, oorsprong van alle liefde, vindt. Dit hebben jullie, Julie en Erwin, op jullie gezamenlijke weg heel sterk ervaren, wat de reden is waarom jullie je huwelijksverbintenis vandaag ook voor God willen brengen en door Hem laten bezegelen.
De liefde die Jezus hier bedoelt, is de liefde die Hij zelf heeft voorgeleefd, zeer radicaal, met als uiterste consequentie de dood op het Kruis: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.”
Beste Julie en Erwin, jullie hebben beiden farmacie gestudeerd en zijn ondertussen ook actief in apothekerszaken. Jullie vormen een onmisbare schakel om mensen trachten weer gezond te maken die onder lichamelijk en psychisch lijden gebukt gaan. In de jaren negentig heb ik een tijdlang in Duitsland gewoond. En ik herinner me hoe ik op zekere dag naar de dokter moest. Ik denk dat ik een griep te pakken had gekregen. En ik vertelde aan de dokter wat ik tot dan toe aan medicatie reeds had ingenomen om me wat beter te voelen. Ik noemde de naam van een geneesmiddel dat ik uit België had meegenomen – het moet Sedergine of iets dergelijks geweest zijn. Als Duitser had de arts natuurlijk nog nooit van de naam Sedergine gehoord en hij vroeg me waar dat medicament dan wel goed voor was. En ik antwoordde hem, een beetje onbezonnen: “Dat is iets da voor alles goed is.” Waarop de dokter: “Wat? Hebt u het medicament gevonden dat voor alles goed is? Ongelofelijk! Zeg me waar ik het kan kopen!”
Het middel dat voor alles goed is, bestaat in de geneeskunde uiteraard niet. Maar erbuiten bestaat het wel. Het – of liever Hij – heet: Jezus Christus. Want Jezus geneest ons, mensen, wel degelijk. Hij biedt ons kracht, telkens wanneer wij samenkomen rond zijn Woord en uitgenodigd worden rond zijn Tafel. Hij biedt ons kracht wanneer Hij in het Evangelie tot ons spreekt en wanneer Hij onder ons aanwezig komt in de sacramenten. Bijvoorbeeld in het sacrament van de Eucharistie, maar ook in dat van het huwelijk, dat jullie, beste Julie en Erwin, elkaar zo meteen zullen toedienen.
En Jezus zal met jullie steeds mee op weg gaan, gedurende jullie gehele verdere leven, ook al zal je dit niet altijd even duidelijk zien. Hij zal jullie als een goede vriend steeds terzijde staan, op de vreugdevolle momenten, maar vooral ook op de moeilijkste. Dit is een belofte die Hij aan jullie doet. Daar mogen jullie op vertrouwen. Met die belofte maakt Hij vandaag reeds een begin, wanneer Hij jullie liefde voor elkaar met zijn liefde zal bezegelen.
Moge de Heer als die beste vriend die jullie steeds terzijde wil staan in jullie verdere leven als gehuwden ook steeds een plaats krijgen. Niet een plaats als wandversiering naast zovele andere mooie prenten. Neen, Christus wil niet minder dan de hoeksteen zijn, of sterker nog, het fundament van jullie leven. Aan jullie om op dit aanbod in te gaan. En aan jullie om te getuigen dat Christus jullie leven als gehuwden ook werkelijk draagt.
Op welke wijze kan dit beter geschieden dan wat Paulus in de eerste lezing beschrijft? Hij heeft het over de vreugde, hij schrijft: “Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen.” En hij roept ons op om aandacht te schenken aan alles wat waar, edel, rechtvaardig, zuiver, liefelijk, eervol, deugdzaam is. Wanneer jullie je, in de liefde voor elkaar, gedragen weten door Gods liefde, kan er niets anders dan vreugde en vrede zijn in jullie leven, zoals ook Paulus schrijft.
Beste Julie en Erwin: die vreugde en vrede wens ik jullie toe in jullie verdere leven. “Moge de vrede van God uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.”
woensdag 5 juni 2013
Trinitatis
Homilie bij het feest van de heilige Drie-eenheid

In eenvoudige mensentaal proberen uit te leggen wat we bedoelen met de drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest: dat is allesbehalve makkelijk. Het is een geloofsmysterie dat ons verstand te boven gaat en waarmee we aan de grenzen van onze taal stoten. Daarom dat weinig mensen er iets mee kunnen, met dat feest van de heilige Drie-eenheid.
Kerstmis: daar kunnen we ons concreet iets bij voorstellen. Dat een mens genaamd Jezus ongeveer 2000 jaar geleden is geboren en dat die Jezus anders was dan alle andere mensen. Pasen wordt al een heel stuk moeilijker: na ter dood te zijn gebracht, is Jezus verrezen uit de doden. Pinksteren gaat nog een stap verder: hoe moeten we ons in Godsnaam die heilige Geest voorstellen? Om dan maar te zwijgen van een feest zoals vandaag, dat ons oproept onze God te zien als drievuldig en toch als één enkele God. Want eigenlijk kunnen we God met ons kleine verstand nooit vatten.
In dit verband is er het verhaal over de kerkvader Augustinus die op een dag langs het strand liep. In gedachten verzonken liep hij na te denken over het mysterie van één God in drie personen. Toen zag hij een jongetje dat een kuiltje had gegraven in het zand en met een schelp bezig was water uit de zee in dit kuiltje te scheppen. “Wat doe je daar?” vroeg Augustinus. “O,” zei het jongetje, “u ziet toch dat ik bezig ben de zee in dit kuiltje te scheppen.” “Dat zal wel moeilijk gaan,” antwoordde Augustinus, “die grote zee in dat kleine kuiltje.” “Juist,” zei het jongetje, “dat kan ook niet, evenmin als uw klein mensenverstand het mysterie van de eeuwige God kan bevatten.”
We kunnen de eeuwige God met ons verstand niet vatten, maar wat we wel kunnen, is trachten deze God op het spoor te komen, in ons leven, in onze wereld. Want als het feest van de heilige Drie-eenheid ons iets wil duidelijk maken, waar wij mensen, vandaag, wel iets mee kunnen, dan is het wel dit: dat er een God is, die zich niet opsluit in zijn eigen wereldje, maar die verbondenheid zoekt, die in onze wereld sporen van zijn aanwezigheid heeft nagelaten en nog steeds nalaat.
Het Oude Testament geeft de geschiedenis weer van een God die onderweg is met het volk dat Hij het Zijne noemt, het volk Israël. En hoe dit volk deze God ervaart in perioden van welvaart en vrede, maar ook in tijden van vernedering en ellende.
Maar het meest opmerkelijke en zichtbare spoor heeft God nagelaten door zijn Zoon te zenden, Hem die ons de Vader heeft doen kennen. Wie Jezus ziet, ziet de Vader.
En bij zijn afscheid heeft Jezus ons de Heilige Geest beloofd, ‘de Helper’, zoals Hij in het Johannesevangelie door Jezus wordt genoemd. De Heer blijft bij ons in zijn Geest. Het is diezelfde Geest die mensen bij elkaar brengt en tot Kerk maakt. En de Heer blijft in de Kerk aanwezig met zijn Geest.
Meestal voelen wij beter aan wanneer de Heer afwezig is – wanneer de Geest schijnbaar uit de Kerk is –, dan wanneer Hij aanwezig is. We zeggen soms dat de Heer in onze Kerk afwezig is, wanneer we met misbruik van macht of vertrouwen worden geconfronteerd, kortom wanneer er dingen gebeuren die niet stroken met de evangelische waarden waar wij als Kerk voor willen staan.
Anderzijds herken ik vele plaatsen in de Kerk, waar God wel aanwezig is, waar Gods Geest wel werkzaam is. Overal waar men mensen in nood nabij wil zijn: mensen die lichamelijk of psychisch lijden, mensen die leven in armoede of die eenzaam zijn.
Ik herken Gods Geest in de talloze vrijwilligers in onze parochies, die zich, overeenkomstig hun persoonlijk charisma, inzetten voor één van de parochiale verenigingen of werkgroepen. Ik herken Gods Geest bijvoorbeeld in parochies waar men erin slaagt vormselcatechese te laten uitgroeien tot catechese voor het hele gezin en waar ouders, die weggegroeid waren van Kerk en geloof, echt tot geloof komen.
Ik herken Gods Geest ook in de nieuwe bewegingen die in onze samenleving kleine, levendige geloofskernen vormen, van waaruit evangelisatie mogelijk is.
Gods Geest is werkzaam op vele plaatsen. Het is aan ieder van ons om ons open te stellen voor die Geest en zo instrumenten te worden van Gods liefdevolle aanwezigheid.

In eenvoudige mensentaal proberen uit te leggen wat we bedoelen met de drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest: dat is allesbehalve makkelijk. Het is een geloofsmysterie dat ons verstand te boven gaat en waarmee we aan de grenzen van onze taal stoten. Daarom dat weinig mensen er iets mee kunnen, met dat feest van de heilige Drie-eenheid.
Kerstmis: daar kunnen we ons concreet iets bij voorstellen. Dat een mens genaamd Jezus ongeveer 2000 jaar geleden is geboren en dat die Jezus anders was dan alle andere mensen. Pasen wordt al een heel stuk moeilijker: na ter dood te zijn gebracht, is Jezus verrezen uit de doden. Pinksteren gaat nog een stap verder: hoe moeten we ons in Godsnaam die heilige Geest voorstellen? Om dan maar te zwijgen van een feest zoals vandaag, dat ons oproept onze God te zien als drievuldig en toch als één enkele God. Want eigenlijk kunnen we God met ons kleine verstand nooit vatten.
In dit verband is er het verhaal over de kerkvader Augustinus die op een dag langs het strand liep. In gedachten verzonken liep hij na te denken over het mysterie van één God in drie personen. Toen zag hij een jongetje dat een kuiltje had gegraven in het zand en met een schelp bezig was water uit de zee in dit kuiltje te scheppen. “Wat doe je daar?” vroeg Augustinus. “O,” zei het jongetje, “u ziet toch dat ik bezig ben de zee in dit kuiltje te scheppen.” “Dat zal wel moeilijk gaan,” antwoordde Augustinus, “die grote zee in dat kleine kuiltje.” “Juist,” zei het jongetje, “dat kan ook niet, evenmin als uw klein mensenverstand het mysterie van de eeuwige God kan bevatten.”
We kunnen de eeuwige God met ons verstand niet vatten, maar wat we wel kunnen, is trachten deze God op het spoor te komen, in ons leven, in onze wereld. Want als het feest van de heilige Drie-eenheid ons iets wil duidelijk maken, waar wij mensen, vandaag, wel iets mee kunnen, dan is het wel dit: dat er een God is, die zich niet opsluit in zijn eigen wereldje, maar die verbondenheid zoekt, die in onze wereld sporen van zijn aanwezigheid heeft nagelaten en nog steeds nalaat.
Het Oude Testament geeft de geschiedenis weer van een God die onderweg is met het volk dat Hij het Zijne noemt, het volk Israël. En hoe dit volk deze God ervaart in perioden van welvaart en vrede, maar ook in tijden van vernedering en ellende.
Maar het meest opmerkelijke en zichtbare spoor heeft God nagelaten door zijn Zoon te zenden, Hem die ons de Vader heeft doen kennen. Wie Jezus ziet, ziet de Vader.
En bij zijn afscheid heeft Jezus ons de Heilige Geest beloofd, ‘de Helper’, zoals Hij in het Johannesevangelie door Jezus wordt genoemd. De Heer blijft bij ons in zijn Geest. Het is diezelfde Geest die mensen bij elkaar brengt en tot Kerk maakt. En de Heer blijft in de Kerk aanwezig met zijn Geest.
Meestal voelen wij beter aan wanneer de Heer afwezig is – wanneer de Geest schijnbaar uit de Kerk is –, dan wanneer Hij aanwezig is. We zeggen soms dat de Heer in onze Kerk afwezig is, wanneer we met misbruik van macht of vertrouwen worden geconfronteerd, kortom wanneer er dingen gebeuren die niet stroken met de evangelische waarden waar wij als Kerk voor willen staan.
Anderzijds herken ik vele plaatsen in de Kerk, waar God wel aanwezig is, waar Gods Geest wel werkzaam is. Overal waar men mensen in nood nabij wil zijn: mensen die lichamelijk of psychisch lijden, mensen die leven in armoede of die eenzaam zijn.
Ik herken Gods Geest in de talloze vrijwilligers in onze parochies, die zich, overeenkomstig hun persoonlijk charisma, inzetten voor één van de parochiale verenigingen of werkgroepen. Ik herken Gods Geest bijvoorbeeld in parochies waar men erin slaagt vormselcatechese te laten uitgroeien tot catechese voor het hele gezin en waar ouders, die weggegroeid waren van Kerk en geloof, echt tot geloof komen.
Ik herken Gods Geest ook in de nieuwe bewegingen die in onze samenleving kleine, levendige geloofskernen vormen, van waaruit evangelisatie mogelijk is.
Gods Geest is werkzaam op vele plaatsen. Het is aan ieder van ons om ons open te stellen voor die Geest en zo instrumenten te worden van Gods liefdevolle aanwezigheid.
woensdag 21 november 2012
“Mij geschiede naar uw woord” (Lc 1,38). Op 8 december word ik tot priester gewijd.
P.P. Rubens: “De Visitatie”, zuidtransept O.-L.-Vrouwekathedraal Antwerpen
Op 4 oktober van dit jaar bezocht paus Benedictus XVI de mariale bedevaartplaats Loreto, nabij de Italiaanse kuststad Ancona. Hij droeg er, in aanwezigheid van een 10.000-tal gelovigen, een pontificale Eucharistieviering op. Met zijn bezoek, aan de vooravond van het ‘Jaar van het Geloof’ en van de bisschoppensynode naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie (11 oktober 1962), plaatste Benedictus zich nadrukkelijk in de voetsporen van zijn voorganger, paus Johannes XXIII. Dag op dag, precies vijftig jaar eerder, deed Johannes XXIII eveneens het Mariaheiligdom aan, om er de voorspraak van Maria voor het welslagen van het concilie af te smeken. In zijn homilie van 4 oktober stelde paus Benedictus dat ook hij naar het heiligdom in Loreto was gekomen om het ‘Jaar van het Geloof’ en de bisschoppensynode van oktober 2012 met als thema ‘Nieuwe evangelisatie voor het overdragen van het christelijk geloof’ aan Maria toe te vertrouwen.
Paus Johannes XXIII vertrouwde het Tweede Vaticaans Concilie toe aan de moeder van Christus. Ook paus Benedictus plaatst het ‘Jaar van het Geloof’ in handen van Maria. Is zij toch het toonbeeld van wat gelovig zijn betekent, zij die, zoals de Schrift ons leert, geen beperkingen stelde aan de manier waarop God in haar leven werkzaam was en die, zonder te weten wat de consequenties van haar antwoord zouden zijn, haar ja-woord gaf aan de Heer.
Op 8 december 2012, het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen, zal ik in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal de priesterwijding ontvangen. Ons bisdom krijgt er dus een priester bij. Tegen de achtergrond van de roepingencrisis, waarvan de gevolgen in onze plaatselijke kerk steeds sterker voelbaar zijn, mag dit gebeuren hopelijk een lichtpuntje betekenen. Het is alles behalve een toeval dat deze plechtigheid op deze bewuste dag in de jaarkrans van Mariafeesten valt. Dat de Moeder van Christus tijdens dit ‘Jaar van het Geloof’ een bijzondere plaats toebedeeld krijgt, daar werd inleidend naar verwezen. Op haar bijzondere rol in het geloofsleven van de Kerk staan dit jaar de schijnwerpers gericht.
Maria is bovendien van uitzonderlijke betekenis voor de Antwerpse kerk. Zij is patrones van onze kathedraal, van het bisdom en van de stad. Vergeten we niet te vermelden dat op 8 december 1961 met de pauselijke bul Christi Ecclesia het bisdom Antwerpen werd heropgericht - we mochten vorig jaar de vijftigste verjaardag van deze gebeurtenis vieren met een liturgische uitvoering van de Mariavespers van Claudio Monteverdi in de kathedraal. Is het bovendien een toeval dat het laatste grote concilie dat we dit jaar op bijzondere wijze gedenken en vieren en dat, zoals aangehaald, aan de heilige Maagd werd toegewijd, op het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen werd gesloten? In zijn homilie van 8 december 1965 bij de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie noemde paus Paulus VI “de schoonheid van de onbevlekte maagd Maria” een “bron van inspiratie, aanmoediging en vertrouwen.”
Een ander feit dat mede een rol heeft gespeeld bij de keuze van mijn wijdingsdatum is mijn lidmaatschap van de Derde Orde van de Karmel. Sinds een aantal jaar komen we maandelijks met een vier-, vijftal mensen samen om ons te verdiepen in de karmelspiritualiteit. Gebed neemt een belangrijke plaats in bij deze bijeenkomsten, ook de geestelijke lezing van teksten van grote mystici uit de karmeltraditie. Tenslotte denken we na over de manier waarop we als Derde Ordeling aan ons apostolaat vorm kunnen geven. Naast Elia, de profeet uit het Oude Testament, is Maria een belangrijke figuur in de Karmel. Beiden vormen ze de fundamenten waarop de gehele karmeltraditie is gebouwd.
En tenslotte, een laatste reden waarom ik mijn priesterwijding heb willen laten samenvallen met een belangrijk Mariafeest: aangezien ik geboren ben in de maand mei, hebben mijn ouders mij met de keuze van mijn tweede voornaam ook aan de Heilige Maagd toegewijd. De keuze voor 8 december als dag van mijn priesterwijding ligt dus enigszins voor de hand. Vanwege de plaats die Maria in het leven en de traditie van de Kerk (en in het bijzonder in die van ons bisdom), en in mijn persoonlijke spirituele weg inneemt, wil ik dan ook mijn priesterschap aan de beschermende zorg van de Heilige Maagd toevertrouwen. De ogen gericht op de moeder van de Heer, zonder weliswaar de vergissing te begaan haar de eer te geven die haar zoon toekomt. We mogen het niet zo ver drijven dat zij ons uiteindelijk het zicht op Christus zou kunnen belemmeren. Integendeel, zij richt onze blik verder naar haar zoon. We hebben Maria nodig om Jezus helemaal te begrijpen. Jezus zelf heeft ons aan de zorg van Maria toevertrouwd: “Vrouw, ziedaar uw zoon” (Joh 19,26). En andersom: Maria verwijst haar kinderen door naar Jezus. Ze houdt hen niet voor zichzelf: “Doe maar wat Hij u zeggen zal” (Joh 2,5).
Als thema voor de priesterwijding koos ik voor het vers uit het Lucasevangelie: “Mij geschiede naar uw woord” (Lc 1,38). Het is ontleend aan de Evangelielezing van het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen. We kennen dit vers uit het angelus: “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord.” Het is wat Maria antwoordt op de boodschap die haar van Godswege via de engel wordt gebracht: “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal Zoon van Allerhoogste genoemd worden. De heilige Geest zal over u komen en de kracht van Allerhoogste zal u overschaduwen.” Maria mag dan wel schrikken van Gods woord, wanneer het haar door de engel wordt ‘geboodschapt’. Spoedig geeft zij echter haar onvoorwaardelijke ja-woord. Met haar antwoord aan de engel levert Maria zich totaal over aan God. Zij laat zichzelf helemaal los. En haar ja-woord maakt haar immens gelukkig. Wat dan volgt is het wonder van Gods menswording: het woord wordt vlees.
Het fiat van Maria moge alle gelovigen tot voorbeeld strekken. Wij worden uitgenodigd om, zoals Maria, ‘ja’ te zeggen, wanneer God tot ons spreekt, wanneer Hij ons roept, tenminste wanneer wij ons écht openstellen voor de manieren waarop God ons roept: door zijn Woord, door het vleesgeworden Woord (Jezus Christus), in gebed, door omstandigheden, via mensen die we ontmoeten, …
Het beeld van de boodschap van de engel aan Maria is van toepassing op één ieders roepingsverhaal, ook op het mijne. Op verschillende momenten in mijn leven weerklonk Gods roepstem en toen ik uiteindelijk in het voorjaar van 2006 hieraan gehoor gaf – zonder duidelijk te kunnen overzien waar me dit ja-woord zou brengen – overvielen ook mij gevoelens van intens geluk. Het betekende de start van een wonderlijk verhaal waarvan we op 8 december de bekroning zullen vieren.
Op 8 december viert de Kerk het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen. Veel mensen verwarren Maria’s Onbevlekte Ontvangenis met de maagdelijke geboorte van Jezus. Maria is niet maagdelijk geboren, maar wel als een normaal kind uit het huwelijk van Joachim en Anna. ‘Onbevlekt ontvangen’ wil zeggen dat God haar vanaf de eerste ogenblikken van haar bestaan heeft gevrijwaard van alle kwaad (in het bijzonder van de erfzonde). God heeft Maria immers uitverkoren om de moeder te zijn van de Verlosser. Vanwege deze verheven taak was Maria door God begenadigd, vanaf haar ontvangenis verlost.
Lang voordat paus Pius IX de onbevlekte ontvangenis van Maria als dogma in 1854 afkondigde, was de kerk zich van dit geloofsprincipe bewust en werd het feest al gevierd. Reeds door de kerkvaders werd de moeder van God als volkomen heilig en vrij van elke zondesmet beleden.
Heel wat katholieken hebben vandaag de dag een wat gewrongen gevoel ten aanzien van het bestaan van dogma’s. Ze begrijpen niet waarom de Kerk dogma’s nodig heeft. Vaak gaat het om leerstellingen die moeilijk te begrijpen zijn of die als geloofspunt totaal onaanvaardbaar lijken. Wat betreft Maria’s Onbevlekte Ontvangenis heeft Kardinaal Godfried Danneels in één van zijn Kerstbrochures in zeer heldere en begrijpelijke bewoordingen beschreven wat de Kerk bedoelt met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis:
“Een stuk uit onze droefheid is ons kort geheugen, onze kortzichtigheid. Wij vergeten dat, lang voor wij iets deden, God ons reeds alles heeft gegeven. Hij gaf ons leven en bestaan: zonder ons. Hij is ons altijd voor. Maar wij menen dat wij alles zelf moeten opbouwen, van de grond af; en dat maakt ons overbezorgd en ongerust. Wij zijn de vreugde kwijt. Door te denken dat we alles toch zelf moeten doen, sterft de vreugde in ons af; ze wordt verteerd door de koorts van oververhit verantwoordelijkheidsgevoel. En als ons zwoegen dan lukt, worden we vaak euforisch, fier. Maar als we falen ontvalt ons alle moed en vaak zijn we niet te troosten.
Zo is Maria niet: ze is noch euforisch noch ontmoedigd; in haar is enkel vreugde en dankbaarheid. Ze weet goed dat niets in haar door haar zelf is bewerkt: al wat ze heeft of is, komt uit Gods hand, het is louter genade. Nog voor ze het eerst bewoog in de schoot van haar moeder, was God al lang in haar met al zijn genade. Hij schiep haar om haar meteen te verlossen; Hij heeft haar van tevoren al bevrijd van elk mogelijk ‘neen’. Daarom is zij vol vreugde. Omdat ze leeft van dit besef: ‘God is mij altijd in alles vóór geweest’. Dit is het wat de Kerk bedoelt met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis.” (“Verheug u Maria. Een woord bij … Kerstmis 1985”)
“God heeft het eerste woord”, zo klinkt het in het gelijknamige lied. Laten we in dit ‘Jaar van het Geloof’ met Maria antwoorden: “Mij geschiede naar uw woord.”
Op zaterdag 8 december 2012 zal ik door Mgr. Johan Bonny, Bisschop van Antwerpen, in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal tot priester worden gewijd. De Eucharistieviering begint om 10.30 uur. Iedereen is welkom om mee te vieren.
Op 4 oktober van dit jaar bezocht paus Benedictus XVI de mariale bedevaartplaats Loreto, nabij de Italiaanse kuststad Ancona. Hij droeg er, in aanwezigheid van een 10.000-tal gelovigen, een pontificale Eucharistieviering op. Met zijn bezoek, aan de vooravond van het ‘Jaar van het Geloof’ en van de bisschoppensynode naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie (11 oktober 1962), plaatste Benedictus zich nadrukkelijk in de voetsporen van zijn voorganger, paus Johannes XXIII. Dag op dag, precies vijftig jaar eerder, deed Johannes XXIII eveneens het Mariaheiligdom aan, om er de voorspraak van Maria voor het welslagen van het concilie af te smeken. In zijn homilie van 4 oktober stelde paus Benedictus dat ook hij naar het heiligdom in Loreto was gekomen om het ‘Jaar van het Geloof’ en de bisschoppensynode van oktober 2012 met als thema ‘Nieuwe evangelisatie voor het overdragen van het christelijk geloof’ aan Maria toe te vertrouwen.
Paus Johannes XXIII vertrouwde het Tweede Vaticaans Concilie toe aan de moeder van Christus. Ook paus Benedictus plaatst het ‘Jaar van het Geloof’ in handen van Maria. Is zij toch het toonbeeld van wat gelovig zijn betekent, zij die, zoals de Schrift ons leert, geen beperkingen stelde aan de manier waarop God in haar leven werkzaam was en die, zonder te weten wat de consequenties van haar antwoord zouden zijn, haar ja-woord gaf aan de Heer.
Op 8 december 2012, het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen, zal ik in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal de priesterwijding ontvangen. Ons bisdom krijgt er dus een priester bij. Tegen de achtergrond van de roepingencrisis, waarvan de gevolgen in onze plaatselijke kerk steeds sterker voelbaar zijn, mag dit gebeuren hopelijk een lichtpuntje betekenen. Het is alles behalve een toeval dat deze plechtigheid op deze bewuste dag in de jaarkrans van Mariafeesten valt. Dat de Moeder van Christus tijdens dit ‘Jaar van het Geloof’ een bijzondere plaats toebedeeld krijgt, daar werd inleidend naar verwezen. Op haar bijzondere rol in het geloofsleven van de Kerk staan dit jaar de schijnwerpers gericht.
Maria is bovendien van uitzonderlijke betekenis voor de Antwerpse kerk. Zij is patrones van onze kathedraal, van het bisdom en van de stad. Vergeten we niet te vermelden dat op 8 december 1961 met de pauselijke bul Christi Ecclesia het bisdom Antwerpen werd heropgericht - we mochten vorig jaar de vijftigste verjaardag van deze gebeurtenis vieren met een liturgische uitvoering van de Mariavespers van Claudio Monteverdi in de kathedraal. Is het bovendien een toeval dat het laatste grote concilie dat we dit jaar op bijzondere wijze gedenken en vieren en dat, zoals aangehaald, aan de heilige Maagd werd toegewijd, op het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen werd gesloten? In zijn homilie van 8 december 1965 bij de afsluiting van het Tweede Vaticaans Concilie noemde paus Paulus VI “de schoonheid van de onbevlekte maagd Maria” een “bron van inspiratie, aanmoediging en vertrouwen.”
Een ander feit dat mede een rol heeft gespeeld bij de keuze van mijn wijdingsdatum is mijn lidmaatschap van de Derde Orde van de Karmel. Sinds een aantal jaar komen we maandelijks met een vier-, vijftal mensen samen om ons te verdiepen in de karmelspiritualiteit. Gebed neemt een belangrijke plaats in bij deze bijeenkomsten, ook de geestelijke lezing van teksten van grote mystici uit de karmeltraditie. Tenslotte denken we na over de manier waarop we als Derde Ordeling aan ons apostolaat vorm kunnen geven. Naast Elia, de profeet uit het Oude Testament, is Maria een belangrijke figuur in de Karmel. Beiden vormen ze de fundamenten waarop de gehele karmeltraditie is gebouwd.
En tenslotte, een laatste reden waarom ik mijn priesterwijding heb willen laten samenvallen met een belangrijk Mariafeest: aangezien ik geboren ben in de maand mei, hebben mijn ouders mij met de keuze van mijn tweede voornaam ook aan de Heilige Maagd toegewijd. De keuze voor 8 december als dag van mijn priesterwijding ligt dus enigszins voor de hand. Vanwege de plaats die Maria in het leven en de traditie van de Kerk (en in het bijzonder in die van ons bisdom), en in mijn persoonlijke spirituele weg inneemt, wil ik dan ook mijn priesterschap aan de beschermende zorg van de Heilige Maagd toevertrouwen. De ogen gericht op de moeder van de Heer, zonder weliswaar de vergissing te begaan haar de eer te geven die haar zoon toekomt. We mogen het niet zo ver drijven dat zij ons uiteindelijk het zicht op Christus zou kunnen belemmeren. Integendeel, zij richt onze blik verder naar haar zoon. We hebben Maria nodig om Jezus helemaal te begrijpen. Jezus zelf heeft ons aan de zorg van Maria toevertrouwd: “Vrouw, ziedaar uw zoon” (Joh 19,26). En andersom: Maria verwijst haar kinderen door naar Jezus. Ze houdt hen niet voor zichzelf: “Doe maar wat Hij u zeggen zal” (Joh 2,5).
Als thema voor de priesterwijding koos ik voor het vers uit het Lucasevangelie: “Mij geschiede naar uw woord” (Lc 1,38). Het is ontleend aan de Evangelielezing van het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen. We kennen dit vers uit het angelus: “Zie de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord.” Het is wat Maria antwoordt op de boodschap die haar van Godswege via de engel wordt gebracht: “Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal Zoon van Allerhoogste genoemd worden. De heilige Geest zal over u komen en de kracht van Allerhoogste zal u overschaduwen.” Maria mag dan wel schrikken van Gods woord, wanneer het haar door de engel wordt ‘geboodschapt’. Spoedig geeft zij echter haar onvoorwaardelijke ja-woord. Met haar antwoord aan de engel levert Maria zich totaal over aan God. Zij laat zichzelf helemaal los. En haar ja-woord maakt haar immens gelukkig. Wat dan volgt is het wonder van Gods menswording: het woord wordt vlees.
![]() |
| Antonello da Messina: L'Annunciata |
Het beeld van de boodschap van de engel aan Maria is van toepassing op één ieders roepingsverhaal, ook op het mijne. Op verschillende momenten in mijn leven weerklonk Gods roepstem en toen ik uiteindelijk in het voorjaar van 2006 hieraan gehoor gaf – zonder duidelijk te kunnen overzien waar me dit ja-woord zou brengen – overvielen ook mij gevoelens van intens geluk. Het betekende de start van een wonderlijk verhaal waarvan we op 8 december de bekroning zullen vieren.
Op 8 december viert de Kerk het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen. Veel mensen verwarren Maria’s Onbevlekte Ontvangenis met de maagdelijke geboorte van Jezus. Maria is niet maagdelijk geboren, maar wel als een normaal kind uit het huwelijk van Joachim en Anna. ‘Onbevlekt ontvangen’ wil zeggen dat God haar vanaf de eerste ogenblikken van haar bestaan heeft gevrijwaard van alle kwaad (in het bijzonder van de erfzonde). God heeft Maria immers uitverkoren om de moeder te zijn van de Verlosser. Vanwege deze verheven taak was Maria door God begenadigd, vanaf haar ontvangenis verlost.
Lang voordat paus Pius IX de onbevlekte ontvangenis van Maria als dogma in 1854 afkondigde, was de kerk zich van dit geloofsprincipe bewust en werd het feest al gevierd. Reeds door de kerkvaders werd de moeder van God als volkomen heilig en vrij van elke zondesmet beleden.
![]() |
| B.E. Murillo: Inmaculada Concepcion |
“Een stuk uit onze droefheid is ons kort geheugen, onze kortzichtigheid. Wij vergeten dat, lang voor wij iets deden, God ons reeds alles heeft gegeven. Hij gaf ons leven en bestaan: zonder ons. Hij is ons altijd voor. Maar wij menen dat wij alles zelf moeten opbouwen, van de grond af; en dat maakt ons overbezorgd en ongerust. Wij zijn de vreugde kwijt. Door te denken dat we alles toch zelf moeten doen, sterft de vreugde in ons af; ze wordt verteerd door de koorts van oververhit verantwoordelijkheidsgevoel. En als ons zwoegen dan lukt, worden we vaak euforisch, fier. Maar als we falen ontvalt ons alle moed en vaak zijn we niet te troosten.
Zo is Maria niet: ze is noch euforisch noch ontmoedigd; in haar is enkel vreugde en dankbaarheid. Ze weet goed dat niets in haar door haar zelf is bewerkt: al wat ze heeft of is, komt uit Gods hand, het is louter genade. Nog voor ze het eerst bewoog in de schoot van haar moeder, was God al lang in haar met al zijn genade. Hij schiep haar om haar meteen te verlossen; Hij heeft haar van tevoren al bevrijd van elk mogelijk ‘neen’. Daarom is zij vol vreugde. Omdat ze leeft van dit besef: ‘God is mij altijd in alles vóór geweest’. Dit is het wat de Kerk bedoelt met Maria’s Onbevlekte Ontvangenis.” (“Verheug u Maria. Een woord bij … Kerstmis 1985”)
“God heeft het eerste woord”, zo klinkt het in het gelijknamige lied. Laten we in dit ‘Jaar van het Geloof’ met Maria antwoorden: “Mij geschiede naar uw woord.”
Op zaterdag 8 december 2012 zal ik door Mgr. Johan Bonny, Bisschop van Antwerpen, in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal tot priester worden gewijd. De Eucharistieviering begint om 10.30 uur. Iedereen is welkom om mee te vieren.
dinsdag 20 november 2012
dinsdag 6 november 2012
Abonneren op:
Posts (Atom)


