vrijdag 9 juni 2023

'Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad...'

Homilie bij het feest van de Heilige Drie-eenheid

(Exodus 34,4b-6.8-9 / 2 Kor. 13,11-13 / Joh. 3,16-18)

‘Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden, eeuwige God, wij willen U zien. Geef ons vandaag een teken van liefde…', zo luidt de openingsstrofe van een gekend kerklied. Uit deze woorden klinkt de verzuchting om iets – al was het maar een glimp – van God te kunnen opvangen. ‘Geef ons een naam, waarmee we U, God, kunnen vatten.’

Maar God is niet te vatten. Hij overstijgt onze verstandelijke vermogens, onze waarneming, onze menselijke begrippen en beelden. We kunnen met namen slechts om Hem heen cirkelen, hoogstens één facet weergeven van wie God is. De islam gebruikt 99 namen voor God, die elk slechts één eigenschap van God belichten, die dus nooit God in zijn geheel kan vatten.

Moeten we dan zwijgen over God? Hoegenaamd niet! Er zijn heel wat boeken over Hem geschreven, zelfs een boek waarvan elke zin van Hem spreekt: de Bijbel! De Bijbel spreekt over God als Schepper die aan de basis ligt van al wat is, prachtig weergegeven in het scheppingsgedicht van Genesis. Dit is de God die wij ‘Vader’ noemen, de God die Schepper is van al wat bestaat, maar er toch niet in opgaat: de transcendente God. Het mag dan wel zo zijn dat God niet volledig samenvalt met zijn Schepping, toch geloven wij dat God er niet los van staat. Hij blijft met zijn Schepping verbonden. Aan de vraag van Mozes uit de eerste lezing van daarnet – ‘Och, Heer, wees zo goed en trek met ons mee’ – komt God tegemoet. Tot op vandaag. Want ‘de Heer is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig en groot in liefde en trouw’: dat is de Naam die de Heer tegenover Mozes uitspreekt. Onze God is een God van liefde, en liefde vraagt om relatie. Het mysterie van God is geen mysterie van eenzaamheid (niet de barmhartige maar eenzame Allah is Hij). Het mysterie van God is een mysterie van samen-zijn, van beminnen, uitstromen en ontvangen. Aan de vraag van Mozes (‘Och, Heer, wees zo goed en trek met ons mee’) is God tegemoet gekomen. Hij heeft ons ‘een teken van liefde gegeven’, doordat Hij ‘zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.’ Hij schenkt ons ook vandaag ‘een teken van liefde’ door zijn Geest.

God is van nature liefde. De Vader bemint de Zoon. En de liefde tussen de Vader en de Zoon is de heilige Geest. Onze God is daarom de God van relatie. Onze God is de God van gemeenschap en liefde. Zo leren wij de Drie-ene God als Vader, Zoon en heilige Geest kennen.

We mogen dan wel spreken over God als Drie-eenheid, maar meer nog moeten we ‘God doen’… of om het met de woorden van kannunik Bart Paepen te zeggen: we moeten ‘Godden’. God is in zijn diepste wezen ‘relatie’ en ‘liefde’. ‘Godden’ betekent dan concreet: in het leven van elke dag die liefdesrelatie beleven. ‘Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden…’ Waar die liefdesrelatie wordt beleefd, daar is God te vinden! Overal waar er een liefdesgemeenschap te vinden is in het gezin, in de parochie of samenleving, daar kunnen we zeggen dat mensen ‘Godden’. Deze liefdevolle gemeenschappen mogen dan niet perfect zijn, omdat wij deze gemeenschappen mee moeten gestalte geven, en wij, mensen, niet perfect zijn. Maar overal waar mensen elkaar liefdevol tegemoet treden, waar mensen ‘Godden’, daar is God aanwezig.

De eerste christenen begrepen dat onze God een God van liefde is en dit toonden zij in hun liefde en zorg voor hun naaste. ‘Kijk eens hoe de christenen elkaar liefhebben’, zeiden de heidenen, en dat wekte hun interesse. De Drie-eenheid was voor de eerste christenen niet iets abstracts maar een levende werkelijkheid. En dat zou ze ook voor ons moeten zijn.

De Drie-eenheid is dus een werkwoord, zoals ook haar synoniem – liefde – een werkwoord is. Als we er niet in slagen de Drie-eenheid tot werkwoord te maken, dan blijft ze kil en afstandelijk, hoog verheven op de eenzame hoogte van de theologische speculatie. Maar dan wordt ook onze wereld kil en afstandelijk. ‘De ware God is één en drievoudig; komt laat ons Hem aanbidden.’ Maar laten we Hem meer nog tot kern van ons hele leven maken.

woensdag 25 november 2020

Welkom thuis...

Homilie bij het afscheid van Papa, 30 oktober 2020

Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Geboorte, Lint

(Jesaja 25,6-9 / Johannes 14,1-6)


We zijn vandaag hier in deze kerk bijeengekomen om afscheid te nemen van echtgenoot, Papa, opa Jan. Als wij afscheid moeten nemen van iemand die ons lief is, ontstaat er een leegte, die nooit echt zal kunnen worden opgevuld. Bij dit afscheid zoeken we daarom naar woorden van troost en van zingeving. We zoeken die ook in de Schrift. Juist daar waar de wereld zwijgt, geeft het Bijbelse geloof ons een troostvolle boodschap: het uitzicht op eeuwig leven.

In het evangelie luisterden we naar woorden die Jezus tot zijn leerlingen sprak tijdens het Laatste Avondmaal. Jezus was er zich van bewust dat zijn dood nabij was. In de tekst uit Johannes hoorden we Jezus zeggen: “Ik ga heen naar de Vader, naar Hem die Mij gezonden heeft.” De leerlingen mochten getuige zijn van de daden die Jezus verrichtte en van de bevrijdende woorden die Hij sprak. Hierover moeten zij ongetwijfeld een grote vreugde en dankbaarheid hebben ervaren. Zoals wij nu bij het heengaan van Jan, waren de leerlingen dan ook uitermate bedroefd toen ze hoorden dat Jezus weldra zou heengaan. Maar Jezus voegt er dadelijk aan toe: “Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden; want – zegt Hij – Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden.”

“Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden”: dat zegt Jezus ook tot ons vandaag. “Ik, de Heer, laat niemand in de dood achter. Ik neem je op bij Mij, in een nieuwe, eeuwige thuis. Ik nodig je uit tot het eeuwige gastmaal dat in de hemel bereid is, een gastmaal met uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen”, zoals we daarnet de profeet Jesaja hoorden zeggen. Papa kennende, een man die graag feest vierde, is het verwonderlijk dat hij bij dit heerlijke vooruitzicht, niet vroeger is heengegaan.

Voor altijd doet God, de Heer, de dood teniet, en wist de tranen van elk gezicht. Bij de dood gaat de deur van ons leven hier op aarde wel dicht, maar tegelijkertijd opent God de poort naar een nieuw leven en een nieuwe toekomst, een nieuwe thuis bij Hem. En die toekomst, die nieuwe thuis biedt Hij aan ons allemaal, want “in het huis van mijn Vader is plaats voor velen.”

Ik ben zeker dat Papa het naar zijn zin zal hebben in die nieuwe thuis, dat hij er zich op zijn gemak en écht thuis zal voelen. Thuiskomen, je ergens thuis voelen: het was heel belangrijk voor Papa. Of het nu was in eigen huis, of in den vreemde: Papa voelde zich het gelukkigst als hij dit gevoel van ‘thuis’ mocht ervaren. Maar streven wij, mensen, er niet allemaal naar om gelukkig te zijn? Streven wij niet allemaal naar een plek, een thuis, waar we ons gekend en bemind weten?

Papa mocht hier op aarde die thuis reeds ervaren, en voelde zich de hemel te rijk. We mogen geloven dat hij nu aangekomen is in een nieuwe thuis, bij God, en dat hij nu die hemel helemaal mag ervaren. Is dit niet wat de dichter Novalis bedoelt, waar hij schrijft: “Wo gehen wir denn hin? Immer nach Hause.” We zijn onderweg tot we definitief thuiskomen. Voor ons, gelovigen, betekent dit: het eeuwige samenzijn bij God. We vertrouwen ons toe aan Gods Woord en Gods belofte dat de weg die Papa is gegaan, geen doodlopende weg is, maar dat hij is thuisgekomen bij God en nu woont waar Hij woont.

We zullen Papa missen. Maar we mogen geloven dat God nu voor Papa zorgt en dat hij met ons verbonden blijft, in lief en leed. We zeggen geen “Vaarwel”, maar “A-dieu”… tot bij God!

maandag 2 november 2020

Dankbare herinnering aan mijn vader, Joannes 'Jan' Janssen (1939-2020)

 

Op zaterdag 24 oktober 2020 om 23.05 uur is mijn vader zachtjes heengegaan. Ik was er jammer genoeg niet bij toen hij de stap naar de overkant maakte. Zijn jongste broer - tevens petekind - Koen was wel aanwezig. Hij getuigt hoe ze beiden een Onzevader en drie Weesgegroeten baden en hoe mijn vader bij het derde Weesgegroet na de laatste woorden "nu en in het uur van onze dood..." zijn laatste adem uitblies.

Dankjewel, Papa, voor wie je was, voor wat je voor mij hebt betekend en zal blijven betekenen. Je hebt me alle kansen gegeven om te worden wie ik ben. Ik zeg geen 'vaarwel', maar 'a-dieu'... tot bij God.

Een collega van me condoleerde me met volgende prachtige woorden die een diepe indruk op me hebben gemaakt. Ik heb de tekst verwerkt in mijn inleidend woord bij de uitvaart die ik zelf ben voorgegaan:

'Een vader uit handen moeten geven,
is als een stevig dak boven je hoofd dat wegwaait.
Je dacht: het leven is veilig, is goed, is beschermd.
Er kan mij niets overkomen, want vader is er.
Altijd ouder dan mij,
‘ouder’ en daarom een waarborg voor mijn eigen leven:
dankzij mijn vader heb ik eeuwig leven.
Maar dan waait hij weg. In zijn eeuwigheid.
En je voelt je ontheemd. Meer alleen op de wereld.
Was het niet dat er Woorden zijn waaraan wij vasthouden,
Woorden als Liefde, Licht en Vertrouwen
in een Hemelse Vader en een Weerzien –
was het niet dat die Woorden ons troosten
en sterken konden, wij zouden verloren zijn.'  (MVL)

donderdag 16 april 2020

Essay van Tomáš Halík: De coronacrisis is hét moment voor de Kerk om te veranderen

De kerken zijn leeg in deze coronacrisis. En dat staat symbool voor de leegte in de kerk, stelt de Tsjechische priester en internationaal vermaarde hoogleraar Tomáš Halík. Christenen zouden deze tijd moeten aangrijpen voor een radicale verandering van Kerk en christendom, betoogt hij. Lees hier het essay.

zaterdag 28 maart 2020

Kardinaal Godfried Danneels over de Eucharistie

In zijn boekje Geen zondag zonder vrijdag. Over lijden, offer en kruis ("Een woord bij... Pasen 1992") schrijft de Kardinaal het volgende (blz. 34-35):

"[Bij de eucharistie] gaat het niet om een feestje 'bouwen', zoals dat heet. Het is Jezus zelf die het feest aanricht; we moeten er eerder in binnengaan dan het zelf maken: het overstijgt ons. Dat wil zeggen: eucharistie is geen happening, geen theater of expressie, geen opvoering, geen didactisch of pedagogisch gebeuren. Bij al die dingen staan wij centraal: wij doen het, wij ontwerpen de regels van het spel, wij kiezen een stuk, wij leven ons uit. Dat is de eucharistie bepaald niet: we gaan binnen in een gebeuren dat ons langs alle zijden overstijgt. Wij maken het niet: het gebouw staat er al en het stuk is geschreven. In sommige eucharistievieringen kan het voorgrondsgebeuren zo'n overbenadrukking krijgen, door creativiteit, zang, dans, zelfexpressie, dat je er nog amper kan doorheen kijken om Jezus te zien. Je moet zoals de dragers van de lamme het 'dak openbreken' om bij Hem te kunnen komen. "Het was een mooie mis!" - Maar Jezus was er amper te vinden. Was het wel een mis?

Eucharistievieringen moeten zo zijn dat ze niet 'toeklappen': want ze zijn meer van de Kerk en van God dan van ons. Dat verklaart ook waarom de eucharistieviering niet kan zonder een zekere sacraliteit. Dat betekent dat de dingen er net iets anders moeten zijn dan in het dagelijks leven. Men gebruikt een taal die net iets anders klinkt, men zingt andere liederen en maakt andere muziek, men kleedt zich anders, het brood is anders. Men kiest kaarslicht en wierook, men gebruikt zuiver linnen, men groet met een vredeskus en men zegt niet gewoon "Dag!". Is dit wereld-vreemdheid? Ja. Maar niet in de zin dat de wereld wordt verworpen. Hij wordt opgetild en voltooid, verlost."

vrijdag 27 maart 2020

27 maart 2020: Extra Urbi et Orbi

Paus Franciscus ging op 27 maart 2020 voor een leeg St.-Pietersplein voor in een pakkende en indrukwekkende gebedsdienst, met aan het einde een uitzonderlijke Urbi et Orbi-zegen. Herbekijk:


Er is diepe duisternis gevallen over onze pleinen, straten en steden. Het heeft ons leven overgenomen en alles gevuld met een oorverdovende stilte en een troosteloze leegte, die alles verlamt, sprak paus Franciscus voor een indrukwekkend leeg en beregend Sint-Pietersplein in Rome. Lees hier de volledige tekst.

donderdag 26 maart 2020

Kunnen we dit jaar Pasen vieren?

Terwijl ik deze regels schrijf blijft het aantal infecties en doden als gevolg van het coronavirus wereldwijd oplopen. Dit is géén seizoensgriepje, zoals door sommigen beweerd. In de zwaar getroffen regio’s Lombardije en Madrid worden onder meer kerken en zelfs een ijsbaan gebruikt als noodmortuarium, omdat de bestaande mortuaria vol liggen. Onze gedachten en gebeden gaan uit naar de talloze slachtoffers en hun families.

De maatregelen om het virus te bestrijden hebben een diepe impact op het economische, culturele en sociale leven. Ook op het leven van de Kerk. Sinds 14 maart kunnen we niet meer samenkomen voor het vieren van de eucharistie of van andere vormen van gezamenlijk gebed.

De tijd waarin we momenteel leven lijkt er één van ziekte, dood, angst, onzekerheid over wat de toekomst brengt, een donkere tijd. Vraag is: kunnen we dit jaar, in deze donkere tijd, Pasen vieren, het feest van de Verrijzenis, van nieuw leven? Het is op zijn minst duidelijk dat we niet fysiek kunnen samenkomen. Maar velen zullen wellicht ook de vraag stellen: kunnen we vreugde uitstralen, kunnen we een Alleluia aanheffen, nu ons leven bepaald wordt door kommer en kwel? Een puur menselijk antwoord zou zijn: “Nu liever niet.” Maar het gelovige antwoord op deze vraag klinkt geheel anders: “Nu juist wel… meer dan ooit!”

Beeld van de Verrezen Christus, Medjugorje
(bron: www.pinterest.com/joancmk/medjugorje-board/)
Want zal er ooit een moment komen waarop we wél alle redenen hebben om Pasen te vieren? Heeft elke tijd niet zijn lijden en zit er niet achter elke deur verdriet? Het Pasen van Christus kwam er niet zonder de doortocht van Goede Vrijdag, zoals Goede Vrijdag ook niet op zichzelf stond, maar uitmondde in de vreugde van Pasen. De vreugde van Pasen is daarom geen goedkope vreugde, ontdaan van elk lijden en elke pijn, zoals ook de duisternis van Goede Vrijdag niet vrij is van de hoopvolle verwachting van Pasen. De verrezen en verheerlijkte Christus droeg de wonden van Goede Vrijdag met zich mee. En op Goede Vrijdag was het nooit helemaal donker, ook al was het helemaal donker, want het einde was geen einde, maar een nieuw ochtendgloren, een nieuw begin.

Kunnen dan ook wij in deze crisistijd, al lijkt het helemaal donker, tekenen zien van een nieuwe lente, van nieuw leven, van Verrijzenis? Durven ook wij geloven dat de levende en verrezen Heer onder ons aanwezig is, dat Hij dicht bij ons is en ons niet in de steek laat, ook en vooral in deze tijd? Hebben wij oog en oor voor zijn aanwezigheid?

Ik zie Zijn aanwezigheid onder meer daar waar gezinnen en families dichter naar elkaar toegroeien, omdat mensen meer tijd en oog hebben voor elkaar. Daar waar conflicten worden bijgelegd, omdat men in deze verwarrende tijd meer nood heeft aan verbondenheid dan aan tweedracht.

Ik zie de aanwezigheid van de Verrezen Heer daar waar mensen meer oog krijgen voor de essentie van het leven en beseffen “dat de mens niet leeft van brood alleen”. Het begin van een nieuwe lente?

Ik zie Zijn aanwezigheid in tekenen van sterkere verbondenheid tussen mensen. “Social distancing” (het bewaren van een fysieke afstand) is het codewoord in deze coronatijden. Tegelijk zijn er tekenen van sterkere verbondenheid, van minder “social distancing”, maar dan figuurlijk: helpende handen voor ouderen om bijvoorbeeld boodschappen te doen of de hond uit te laten, de vele solidariteitsacties voor mensen in de zorgsector (bijvoorbeeld dagelijks #ApplausVoorDeZorg en het simultaan luiden van de kerkklokken om 20 uur).

Hiermee verbonden: deze crisis herinnert er ons aan dat de mensheid één gemeenschap is. Zoals onze paus het formuleerde in een interview met La Stampa: “We moeten het een beetje zien als een naoorlogse periode. Er zal niet langer ‘de andere’ zijn, maar ‘ons’. Want alleen samen kunnen we met z’n allen uit deze situatie komen.” Er was de hulp van de EU aan China en van China aan de EU, de hulp van Rusland en Cuba aan Italië… Begin van een nieuwe verbondenheid en solidariteit tussen de landen en volkeren wereldwijd? Begin van meer wereldvrede? Laat het ons hopen. VN-secretaris-generaal Guterres gaf in elk geval de aanzet door op te roepen tot een wereldwijd staakt-het-vuren. Het coronavirus is immers onze gemeenschappelijke vijand.

En tot slot een paar persoonlijke ervaringen. Terwijl het coronavirus verder door het land raast, respecteren koolmeesjes, zoals steeds, de regels van “social distancing”, maar bouwen ze naarstig aan een nestje in de holle perenboom tegenover het keukenraam, werken ze verder aan de toekomst! En, wellicht is het u de voorbije weken ook opgevallen: de haast gewijde stilte die je ervaart tijdens een wandeling in de avondschemering.

Christenen zijn paasmensen. Paasmensen zien verder dan de duisternis, verder dan ziekte en dood. Zij zien tekenen van verrijzenis: hoe midden in de duisternis Hij er is, de verrezen Heer. Aan allen, ondanks – of beter: mét alles wat we nu doormaken: een zalig Pasen!

woensdag 18 maart 2020

Vieren met de bisschop - Dagelijkse verbinding

Met ingang van zondag 15 maart gaat Mgr. Johan Bonny elke zondag om 10 uur voor in de eucharistie in de (lege) Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Op weekdagen om 17 uur gaat de bisschop voor in een moment van bezinning en gebed vanuit de Antwerpse kathedraal. Via deze link kan u erbij zijn:

https://www.kerknet.be/bisdom-antwerpen/artikel/vieren-met-de-bisschop-dagelijkse-verbinding?microsite=203

Was bidden ook maar zo besmettelijk

Jezuïet Bert Daelemans over bidden - of de poging daartoe - in tijden van Corona. Voor de tekst klik hier.


zaterdag 8 februari 2020

"Gij zijt het zout der aarde, het licht der wereld"

Homilie bij de 5de zondag door het jaar A

Sinds de advent lezen we uit het evangelie volgens Matteüs. Van die Matteüs weten we dat hij zich met zijn evangelie ook en misschien wel vooral wilde richten tot diegenen die uit de Joodse traditie kwamen. Dat waren mensen voor wie de wet, de Tora, geen vodje papier was, maar wel de weg ten leven. En Matteüs wilde hen duidelijk maken dat de nieuwe wet die Jezus is komen brengen geen afbreuk doet aan de oude wet die voor hen zo heilig was. Jezus zegt het zelf: Hij is niet gekomen om de wet op te heffen, maar wel om hem tot vervulling te brengen. Geen jota of haaltje zal Hij aan de wet veranderen. Deze en volgende zondagen lezen we uit die nieuwe wet die Jezus (de nieuwe Mozes) is komen brengen. Normaal gezien hadden we in de liturgie van vorige zondag die nieuwe wet gehoord: de beroemde zaligsprekingen uit het vijfde hoofdstuk van Matteüs. Maar omdat 2 februari op een zondag viel, vierden we vorige week de liturgie van Lichtmis.

De zaligsprekingen uit de beroemde bergrede bij Matteüs gaan onmiddellijk vooraf aan het evangelie van vandaag: “Zalig de armen van geest…, zalig de treurenden…, zalig de zachtmoedigen…, zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid…, zalig de barmhartigen, de zuiveren van hart, die vrede brengen, die vervolgd worden om de gerechtigheid, zalig zijt gij wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil…” En meteen na die zaligsprekingen roept Jezus zijn leerlingen op om het zout der aarde te zijn en het licht der wereld. Wie leeft volgens de zaligsprekingen is als vanzelf zout der aarde, licht der wereld.

Ooit zei iemand: “Als men alle evangelieboeken ter wereld zou vernietigen, zou men het evangelie gemakkelijk opnieuw moeten kunnen schrijven, alleen door de christenen te zien leven!” Door hun manier van leven zouden de christenen het zout van de aarde, het licht van de wereld, de stad op de berg moeten zijn.

Als we op zondag rondkijken in onze kerken, dan beseffen we dat we stilaan een kleine minderheid geworden zijn. En dat kan ons misschien ontmoedigen om het zout van de aarde, het licht van de wereld te zijn. Maar, moeten we hiervoor met velen zijn? Ook in Jezus’ tijd vormden zijn volgelingen slechts een kleine groep in de samenleving en ook tot hen zegt Jezus: “Gij zijt het zout der aarde, het licht der wereld.” Je weet, zout moet je matig gebruiken. Te veel is niet alleen slecht voor de gezondheid maar ook voor de smaak van het voedsel. Een snuifje is al genoeg om het voedsel smaak te geven. En ook een klein beetje licht, het vuur van slechts één enkele lucifer, is voldoende om de volledige duisternis te doorbreken. Als Jezus dan spreekt van zout en licht spreekt Hij van iets dat op zich klein is, maar dat de kracht heeft om het geheel te veranderen. Zo hoeven we als christenen niet met velen te zijn om een teken van tegenspraak te zijn in een samenleving die wat rendabel, berekenbaar en beheersbaar is tot hoogste goed verheft en die onbeholpen is in de omgang met wat zwak, gebrekkig, ziek, niet rendabel en onaf is en dit het liefst van al uit de wereld wil gebannen zien. Hiertegenover prijst Jezus in zijn bergrede net de armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, de barmhartigen zalig (gelukkig)… net die eigenschappen die in onze ‘samen-leving’ minder van tel zijn.

En ook Paulus plaatst in zijn eerste Korintiërsbrief, waaruit we in de tweede lezing een fragment hebben gehoord, tegenover de logica van de wereld een geheel andere overtuiging: dat “wat voor de wereld zwak is, God heeft uitverkoren, om het sterke te beschamen. Wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitverkoren; wat niets is om teniet te doen wat iets is, opdat tegenover God geen mens zou roemen op zichzelf.” En vandaag schrijft Paulus in verband met de verkondiging dat hij zich “zwak, nerveus en angstig voelde”, maar dat zijn woorden juist hierdoor konden getuigen van “de kracht van de Geest”, van Gods kracht.

Is dit ook niet wat er schort in het euthanasiedebat dat recent weer is opgelaaid? Dat de westerse mens zich roemt op zichzelf? Dat hij handelt alsof hij zichzelf gemaakt heeft en daarom van oordeel is dat hij over leven en dood kan beschikken? Moeten wij als christenen in dit debat niet het zout der aarde en het licht der wereld zijn? Door erop te blijven hameren dat de mens een gave Gods is en dat daarom zijn leven heilig en onaantastbaar is? Door eraan te herinneren dat lijden en sterven bij het leven horen en dus volkomen ‘menselijk’ zijn? Dat de uitweg uit dat lijden niet bestaat in de actieve levensbeëindiging, maar wel in de taak van de zorgkundigen, maar ook van ons allen, om elkaar te helpen het lijden te verzachten of weg te nemen?

In een scherpe analyse in Tertio schrijft hoofdredacteur Van Lierde naar aanleiding van het recente euthanasieproces te Gent, dat het ons duidelijk maakt “dat de samenleving faalt in het omgaan met kwetsbare mensen, met lijden en dood.” Ja, onze samenleving is onbeholpen in de omgang met wat zwak, gebrekkig, ziek, niet rendabel en onaf is. Is iemand niet meer levensvatbaar als hij of zij niet meer aan de hoge normen van onze samenleving voldoet? En bestaat de menselijke kracht en schoonheid niet juist in het gegeven dat hij of zij onvolmaakt, klein, kwetsbaar en gebrekkig is, omdat juist hierdoor ruimte ontstaat voor Gods kracht? “Gelukkig de armen van geest, want zij zullen deelhebben aan Gods Rijk van liefde en vrede.” “Gelukkig de treurenden, want zij zullen Gods troost ervaren." “Zalig de barmhartigen, want zij zullen Gods barmhartigheid ondervinden.”

Maar ook: “Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil”. Hoe actueel, zeker als je bedenkt hoe de Kerk naar aanleiding van het recente euthanasieproces wordt verdacht gemaakt. Zij oefende zogezegd druk uit op het openbaar ministerie om tot vervolging over te gaan.

Wie het licht en het zout der wereld, wie Jezus trouw wil zijn en daardoor een teken van tegenspraak is, zal ook veel tegenspraak ondervinden. De leerling staat niet boven zijn meester. Dat mag ons niet weerhouden om af en toe onze nek uit te steken voor wat ons nauw aan het hart ligt zoals Jezus dat ook deed. Kijk naar Hem. Dit was niet altijd gemakkelijk. Maar we geloven wel dat zijn weg niet stopte in de dood op een kruis maar dat in Hem de weg te vinden is naar het ware leven voor alle mensen.

dinsdag 4 februari 2020

Emmanuel Van Lierde in 'Tertio': "Vrijspraak geeft vrijbrief voor euthanasie"

Ook verdachtmakingen en intimidatie worden niet geschuwd om het zwijgen op te leggen, schrijft Tertio-hoofdredacteur Emmanuel Van Lierde. Lees zijn standpunt hier.

woensdag 12 september 2018

Hildegard van Bingen over de Eucharistie en het priesterschap


Citaat uit de brief van Hildegard van Bingen waarin ze op indrukwekkend literaire wijze aandacht vraagt voor een juiste beleving van het sacrament van het priesterschap:

"Want zoals de mens, toen God hem uit het leem van de aarde vormde en zijn adem hem in het gezicht blies, onmiddellijk vlees en bloed werd, zo verandert dezelfde kracht van God de offergave van het brood, van de wijn en van het water op het altaar in het echte vlees en het echte bloed van Christus, mijn bruidegom, door de woorden van de priester, terwijl hij God aanroept. Dat kan de mens echter wegens de blindheid waarmee hij geslagen werd bij de val van Adam met zijn lichamelijke ogen niet zien."

(Uit: Hans Wilbrink, Leven en werk van Hildegard van Bingen.)

"Verre reis en reis naar binnen"


Het hoofd en de nek

"De man is het hoofd van het gezin,
de vrouw de nek: indien de nek
beweegt, beweegt het hoofd
automatisch mee."

Stellingnemer:
dr. Annet van Rijssen, Universiteit Groningen

zaterdag 8 september 2018

"Vrouwen, weest onderdanig aan uw man!"

Homilie bij de 22ste zondag door het jaar B

In het Evangelie van vandaag is Jezus verwikkeld in een dispuut met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Jezus trekt heftig tegen hen van leer, omdat ze zich enkel en alleen focussen op uiterlijke bepalingen en niet op wat er in het hart van de mens omgaat. De voorbije week hebben zich ook tal van Schriftgeleerden gemeld: op sociale media, en zelfs in het Ministerie van Cultuur. Er was de ophef over het citaat uit de tweede lezing van vorige zondag, waar Paulus schrijft dat “de vrouw haar man in alles onderdanig moet zijn.” Er werd moord en brand geroepen door deze zelfverklaarde Schriftgeleerden. Er was zelfs de eis dat er eindelijk komaf moet worden gemaakt met het uitzenden van erediensten op de openbare omroep.

Mochten deze roeptoeters échte Schriftgeleerden geweest zijn, ze zouden geweten hebben dat teksten – en zeker Bijbelse geschriften – verschillende niveaus hebben. Er is wat er letterlijk staat en er is wat er bedoeld wordt. En de commotie is ontstaan, omdat sommigen niet voorbij een letterlijke lezing van de brief van Paulus raakten. Toegegeven, als je dit fragment uit de Efeziërsbrief onverkort op je toehoorders wil loslaten, is het ook aangewezen om in je preek de nodige uitleg te voorzien. Zo kan ook duidelijk worden dat het de tekst er niet om te doen is een aantal uiterlijke bepalingen te poneren of de vrouw van vandaag te vertellen dat ze onderdanig moet zijn aan haar man. Neen, zo kan, integendeel, de diepere betekenis van de tekst aan het licht gebracht worden: en die diepere betekenis is dat wij, zoals Christus, elkaar moeten liefhebben. Zoals Christus ons liefheeft, zo moeten ook wij niet alleen Christus, maar ook elkaar liefhebben en zo moeten ook man en vrouw elkaar liefhebben. En ter illustratie gebruikt de auteur de verhoudingen binnen het gezin van die tijd: de huisvader (de ‘pater familias’) voerde het gezag over alle leden van het gezin… dat was in die tijd zo, dat was tot voor enkele decennia in onze contreien ook zo. En dus moeten vrouwen onderdanig zijn aan hun man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van het gezin – dus van de vrouw – zoals Christus het hoofd is van de Kerk.

Maar wat Paulus vervolgens schrijft in hetzelfde tekstfragment, dat wordt meestal over het hoofd gezien: “Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad.” Dat wil zeggen: “Mannen beschouw uw vrouw niet als uw bezit, speel over uw vrouw niet de baas, maar bejegen haar met liefde en eerbied!” Met andere woorden: het gehoorzamen aan je partner, het jezelf ten dienste stellen van je partner: dat is niet alleen een opdracht voor de vrouw, maar ook voor de man. En deze wederkerige gehoorzaamheid aan elkaar staat vandaag nog altijd centraal in de opvatting van de Kerk over het huwelijk: als een man en een vrouw met elkaar trouwen, dan moeten ze dat doen uit vrijheid, en dan worden ze geroepen om elkaar ‘onderdanig’ te zijn. Dat wil – iets beter vertaald – zeggen: de ander hoger achten dan jezelf, echt luisteren naar je partner, en jezelf te dienste stellen van zijn of haar geluk.

Samenvattend: het verschil tussen de interpretatie van de buitenkant, de letterlijke lezing, tegenover de binnenkant van de tekst heeft de voorbije week, opnieuw, voor heel wat verwarring en voor de nodige misvattingen gezorgd – al dan niet bewust…

We herkennen dit onderscheid ook in de manier waarop in het Evangelie de Farizeeën en Schriftgeleerden van toen Jezus en zijn leerlingen bejegenen. Ze kijken enkel naar de buitenkant – “waarom eten uw leerlingen met onreine handen?” – terwijl het Jezus precies om de binnenkant te doen is: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.” We mogen dit verwijt gerust lezen alsof het niet enkel tot de Farizeeën en Schriftgeleerden is gericht, maar ook tot ons. Is onze buitenkant de weerspiegeling van onze binnenkant? Strookt ons uiterlijk gedrag, ons spreken, doen en laten steeds met wat wij denken in ons hart? Zijn wij helder en oprecht?

Een paar weken geleden schreef paus Franciscus een brief over seksueel misbruik. De brief kwam er naar aanleiding van onthullingen over seksueel misbruik door priesters in Pennsylvania. De paus veroordeelt scherp de houding waarbij, zoals hij het formuleert, “de hartverscheurende pijn van de slachtoffers, die het uitschreeuwen tot in de hemel, lang werd genegeerd, stil gehouden, of het zwijgen opgelegd.” Schuld hieraan hebben de vertegenwoordigers van het instituut Kerk die zich vergrepen aan kinderen of die het misbruik toedekten. Maar wat opmerkelijk is, is dat de paus zich met zijn brief richt tot alle gelovigen in de hele wereld, dus tot ieder van ons. De paus roept iedere gelovige op tot een bekering van hart door een boetedoening van gebed en vasten. Meer dan met structurele verandering heeft bekering te maken met het hart – met innerlijke bekering – waaruit dan weer structurele veranderingen kunnen ontstaan. Want zoals uit het binnenste, het hart van de mensen, slechte dingen kunnen voortspruiten, zo komen uit het hart ook alle goede dingen die bijdragen tot een nieuwe cultuur – zoals onze paus het formuleert: een cultuur van zorg die “nooit meer!” zegt tegen elke vorm van misbruik.

Deze oproep tot bekering is dus tot alle gelovigen gericht. En dat fundeert de paus met de stellingname dat er geen bekering van de Kerk mogelijk is zonder de actieve deelname van alle leden van Gods Volk. De paus schrijft in zijn brief: “Op dit kwaad, dat zoveel levens verduisterde, kunnen we alleen maar samen antwoorden door het te beleven als een taak die ons allemaal aangaat, als het Volk van God. Dit besef deel uit te maken van een volk en een gedeelde geschiedenis zal ons in staat stellen om onze zonden en fouten uit het verleden te erkennen met een berouwvolle openheid die toelaat om van binnenuit vernieuwd te worden."

Zusters en broeders, niet alleen de slechte dingen, maar ook het goede begint in het hart. Laten we onze binnen- en buitenkant in overeenstemming brengen, dat is de oproep van het Evangelie van vandaag, dat is de oproep die de paus tot ieder van ons richt. Moge ieder van ons deze oproep ter harte nemen en mogen we elkaar hierin steunen.

(bronnen: klik hier en hier)

Leven te midden van wanhoop

Homilie bij de 13de zondag door het jaar B, gehouden op 1 juli 2018 tijdens de Radiomis in de Heilig Hartkerk, Brasschaat-Ekeren-Donk.


“God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.” Dat hoorden we in de eerste lezing uit het boek Wijsheid. Het is de repliek van de auteur aan het adres van een bepaalde groep joden uit die tijd. Maar is het ook niet een boodschap voor onze tijd? Want vandaag worden wij, misschien meer dan ooit tevoren, een levenshouding gewaar die de auteur van Wijsheid als volgt omschrijft: het leven is kort, laten we genieten van al het goede dat er is – maar ook – de mens wordt bij toeval geboren en sterft bij toeval. Met andere woorden: na dit aardse leven gaapt het grote niets. “Après nous, le déluge.”

Nu is er zeker geen bezwaar dat je wil genieten van het hier en nu. Maar een levensvisie die alles verwacht van de gelukzaligheid die de aardse dingen ons te bieden hebben is bovendien erg cynisch. Want kan er nog hoop zijn, wanneer het geluk aan je voorbij dreigt te gaan, wanneer het leven niet meer meezit, door ziekte, verlies of welke tegenslag dan ook? Het Evangelie van deze zondag laat ons twee verhalen zien van mensen die balanceren tussen hoop en wanhoop. En van hoe mensen, te midden van wanhoop, nieuwe hoop, nieuwe kracht, nieuw leven vinden.

Het ene verhaal gaat over het dochtertje van Jaïrus, de overste van de synagoge. De huisgenoten van Jaïrus komen melden dat zij overleden is, maar Jezus gaat naar haar toe en wekt haar op. Het tweede verhaal, over de vrouw die al twaalf jaar bloed verliest, is letterlijk in het andere verhaal ingeschoven. De vrouw dringt zich door de massa tot bij Jezus, raakt zijn mantel aan en terstond is zij van haar ziekte verlost. Bij zulke verhalen stellen mensen dikwijls de vraag of deze mirakels wel echt gebeurd zijn. Maar dat is wellicht de verkeerde vraag stellen aan zulke teksten. Want bij deze verhalen gaat het er niet om te achterhalen of ze wel echt zo gebeurd en in die zin historisch ‘waar’ zijn. Maar wel of deze verhalen ‘waar’ zijn in de betekenis: of wij hier en nu, in ons leven, mogen ervaren dat Jezus ook ons, te midden van ziekte, lijden en dood, nieuw leven schenkt. Het zijn geloofsverhalen als deze die ons helpen ons geloof in Jezus te versterken en onze persoonlijke relatie met Hem te voeden. Eenieder die ooit al eens terecht gekomen is in een wanhopige situatie, hetzij door ziekte, hetzij door verlies van werk, of van een geliefde partner of van een kind, die herkent zich in deze verhalen. En ook tot hen – ook tot ons – zegt Jezus: “Weest niet bang, maar blijf geloven.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “IJdele hoop”, zeggen we dan. Want als ongeluk ons treft, dan krijgt ons geloof in een God die het goed met ons voorheeft een flinke knauw. En vaak worden wij in die geloofstwijfel gesterkt, wanneer men ook ons toeroept: “Waartoe zoudt ge de Meester nog lastig vallen?”, zoals de huisgenoten van Jaïrus doen.

Maar de moed is zowel Jaïrus, als de zieke vrouw, niet geheel in de schoenen gezonken en beiden gaan naar Jezus toe. De vrouw heeft haar gehele vermogen uitgegeven aan dokters, maar zonder enig resultaat, wel integendeel. En Jaïrus zoekt zijn heil niet in de eigen farizeïsche kring.

De verhalen tonen aan: waar we stoten op de grenzen van ons menselijk kunnen, waar we van de platgetreden paden durven afwijken, daar komt ruimte vrij voor Gods werking in ons leven, voor zijn liefdevolle aanwezigheid. Zoals Jezus naar het meisje toegaat en haar aanraakt, zo gaat Jezus naar elke mens die overspoeld dreigt te geraken door wanhoop door ziekte of dreigende dood. Dit betekent niet dat Jezus tegenslag, lijden, ziekte en pijn zou kunnen wegnemen. Maar wel dat Hij ons in lijden, ziekte en pijn, zelfs tot in de dood, heel nabij is en ons aanraakt met zijn liefde. Hij laat ons nooit los. Dit geloof en vertrouwen kan ons een innerlijke levenskracht bieden die sterker is dan ziekte en dood.

“God heeft alles geschapen om te leven”, aldus de auteur van het boek Wijsheid. “Voor de onsterfelijkheid heeft Hij de mens geschapen, als een afspiegeling van zijn eigen wezen.” Hij komt ieder mens nabij met zijn liefde. Onze naam staat geschreven in de palm van zijn hand, hier en nu, in dit leven, en tot in eeuwigheid.

maandag 28 mei 2018

Friday, Bloody Friday


“Do you know what Ireland is? asked Stephen with cold violence. Ireland is the old sow that eats her farrow.”

(James Joyce, Portrait of the Artist as a Young Man)