woensdag 12 september 2018

Hildegard van Bingen over de Eucharistie en het priesterschap


Citaat uit de brief van Hildegard van Bingen waarin ze op indrukwekkend literaire wijze aandacht vraagt voor een juiste beleving van het sacrament van het priesterschap:

"Want zoals de mens, toen God hem uit het leem van de aarde vormde en zijn adem hem in het gezicht blies, onmiddellijk vlees en bloed werd, zo verandert dezelfde kracht van God de offergave van het brood, van de wijn en van het water op het altaar in het echte vlees en het echte bloed van Christus, mijn bruidegom, door de woorden van de priester, terwijl hij God aanroept. Dat kan de mens echter wegens de blindheid waarmee hij geslagen werd bij de val van Adam met zijn lichamelijke ogen niet zien."

(Uit: Hans Wilbrink, Leven en werk van Hildegard van Bingen.)

"Verre reis en reis naar binnen"


Het hoofd en de nek

"De man is het hoofd van het gezin,
de vrouw de nek: indien de nek
beweegt, beweegt het hoofd
automatisch mee."

Stellingnemer:
dr. Annet van Rijssen, Universiteit Groningen

zaterdag 8 september 2018

"Vrouwen, weest onderdanig aan uw man!"

Homilie bij de 22ste zondag door het jaar B

In het Evangelie van vandaag is Jezus verwikkeld in een dispuut met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Jezus trekt heftig tegen hen van leer, omdat ze zich enkel en alleen focussen op uiterlijke bepalingen en niet op wat er in het hart van de mens omgaat. De voorbije week hebben zich ook tal van Schriftgeleerden gemeld: op sociale media, en zelfs in het Ministerie van Cultuur. Er was de ophef over het citaat uit de tweede lezing van vorige zondag, waar Paulus schrijft dat “de vrouw haar man in alles onderdanig moet zijn.” Er werd moord en brand geroepen door deze zelfverklaarde Schriftgeleerden. Er was zelfs de eis dat er eindelijk komaf moet worden gemaakt met het uitzenden van erediensten op de openbare omroep.

Mochten deze roeptoeters échte Schriftgeleerden geweest zijn, ze zouden geweten hebben dat teksten – en zeker Bijbelse geschriften – verschillende niveaus hebben. Er is wat er letterlijk staat en er is wat er bedoeld wordt. En de commotie is ontstaan, omdat sommigen niet voorbij een letterlijke lezing van de brief van Paulus raakten. Toegegeven, als je dit fragment uit de Efeziërsbrief onverkort op je toehoorders wil loslaten, is het ook aangewezen om in je preek de nodige uitleg te voorzien. Zo kan ook duidelijk worden dat het de tekst er niet om te doen is een aantal uiterlijke bepalingen te poneren of de vrouw van vandaag te vertellen dat ze onderdanig moet zijn aan haar man. Neen, zo kan, integendeel, de diepere betekenis van de tekst aan het licht gebracht worden: en die diepere betekenis is dat wij, zoals Christus, elkaar moeten liefhebben. Zoals Christus ons liefheeft, zo moeten ook wij niet alleen Christus, maar ook elkaar liefhebben en zo moeten ook man en vrouw elkaar liefhebben. En ter illustratie gebruikt de auteur de verhoudingen binnen het gezin van die tijd: de huisvader (de ‘pater familias’) voerde het gezag over alle leden van het gezin… dat was in die tijd zo, dat was tot voor enkele decennia in onze contreien ook zo. En dus moeten vrouwen onderdanig zijn aan hun man als aan de Heer. Want de man is het hoofd van het gezin – dus van de vrouw – zoals Christus het hoofd is van de Kerk.

Maar wat Paulus vervolgens schrijft in hetzelfde tekstfragment, dat wordt meestal over het hoofd gezien: “Mannen, hebt uw vrouw lief zoals Christus de Kerk heeft liefgehad.” Dat wil zeggen: “Mannen beschouw uw vrouw niet als uw bezit, speel over uw vrouw niet de baas, maar bejegen haar met liefde en eerbied!” Met andere woorden: het gehoorzamen aan je partner, het jezelf ten dienste stellen van je partner: dat is niet alleen een opdracht voor de vrouw, maar ook voor de man. En deze wederkerige gehoorzaamheid aan elkaar staat vandaag nog altijd centraal in de opvatting van de Kerk over het huwelijk: als een man en een vrouw met elkaar trouwen, dan moeten ze dat doen uit vrijheid, en dan worden ze geroepen om elkaar ‘onderdanig’ te zijn. Dat wil – iets beter vertaald – zeggen: de ander hoger achten dan jezelf, echt luisteren naar je partner, en jezelf te dienste stellen van zijn of haar geluk.

Samenvattend: het verschil tussen de interpretatie van de buitenkant, de letterlijke lezing, tegenover de binnenkant van de tekst heeft de voorbije week, opnieuw, voor heel wat verwarring en voor de nodige misvattingen gezorgd – al dan niet bewust…

We herkennen dit onderscheid ook in de manier waarop in het Evangelie de Farizeeën en Schriftgeleerden van toen Jezus en zijn leerlingen bejegenen. Ze kijken enkel naar de buitenkant – “waarom eten uw leerlingen met onreine handen?” – terwijl het Jezus precies om de binnenkant te doen is: “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.” We mogen dit verwijt gerust lezen alsof het niet enkel tot de Farizeeën en Schriftgeleerden is gericht, maar ook tot ons. Is onze buitenkant de weerspiegeling van onze binnenkant? Strookt ons uiterlijk gedrag, ons spreken, doen en laten steeds met wat wij denken in ons hart? Zijn wij helder en oprecht?

Een paar weken geleden schreef paus Franciscus een brief over seksueel misbruik. De brief kwam er naar aanleiding van onthullingen over seksueel misbruik door priesters in Pennsylvania. De paus veroordeelt scherp de houding waarbij, zoals hij het formuleert, “de hartverscheurende pijn van de slachtoffers, die het uitschreeuwen tot in de hemel, lang werd genegeerd, stil gehouden, of het zwijgen opgelegd.” Schuld hieraan hebben de vertegenwoordigers van het instituut Kerk die zich vergrepen aan kinderen of die het misbruik toedekten. Maar wat opmerkelijk is, is dat de paus zich met zijn brief richt tot alle gelovigen in de hele wereld, dus tot ieder van ons. De paus roept iedere gelovige op tot een bekering van hart door een boetedoening van gebed en vasten. Meer dan met structurele verandering heeft bekering te maken met het hart – met innerlijke bekering – waaruit dan weer structurele veranderingen kunnen ontstaan. Want zoals uit het binnenste, het hart van de mensen, slechte dingen kunnen voortspruiten, zo komen uit het hart ook alle goede dingen die bijdragen tot een nieuwe cultuur – zoals onze paus het formuleert: een cultuur van zorg die “nooit meer!” zegt tegen elke vorm van misbruik.

Deze oproep tot bekering is dus tot alle gelovigen gericht. En dat fundeert de paus met de stellingname dat er geen bekering van de Kerk mogelijk is zonder de actieve deelname van alle leden van Gods Volk. De paus schrijft in zijn brief: “Op dit kwaad, dat zoveel levens verduisterde, kunnen we alleen maar samen antwoorden door het te beleven als een taak die ons allemaal aangaat, als het Volk van God. Dit besef deel uit te maken van een volk en een gedeelde geschiedenis zal ons in staat stellen om onze zonden en fouten uit het verleden te erkennen met een berouwvolle openheid die toelaat om van binnenuit vernieuwd te worden."

Zusters en broeders, niet alleen de slechte dingen, maar ook het goede begint in het hart. Laten we onze binnen- en buitenkant in overeenstemming brengen, dat is de oproep van het Evangelie van vandaag, dat is de oproep die de paus tot ieder van ons richt. Moge ieder van ons deze oproep ter harte nemen en mogen we elkaar hierin steunen.

(bronnen: klik hier en hier)

Leven te midden van wanhoop

Homilie bij de 13de zondag door het jaar B, gehouden op 1 juli 2018 tijdens de Radiomis in de Heilig Hartkerk, Brasschaat-Ekeren-Donk.


“God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.” Dat hoorden we in de eerste lezing uit het boek Wijsheid. Het is de repliek van de auteur aan het adres van een bepaalde groep joden uit die tijd. Maar is het ook niet een boodschap voor onze tijd? Want vandaag worden wij, misschien meer dan ooit tevoren, een levenshouding gewaar die de auteur van Wijsheid als volgt omschrijft: het leven is kort, laten we genieten van al het goede dat er is – maar ook – de mens wordt bij toeval geboren en sterft bij toeval. Met andere woorden: na dit aardse leven gaapt het grote niets. “Après nous, le déluge.”

Nu is er zeker geen bezwaar dat je wil genieten van het hier en nu. Maar een levensvisie die alles verwacht van de gelukzaligheid die de aardse dingen ons te bieden hebben is bovendien erg cynisch. Want kan er nog hoop zijn, wanneer het geluk aan je voorbij dreigt te gaan, wanneer het leven niet meer meezit, door ziekte, verlies of welke tegenslag dan ook? Het Evangelie van deze zondag laat ons twee verhalen zien van mensen die balanceren tussen hoop en wanhoop. En van hoe mensen, te midden van wanhoop, nieuwe hoop, nieuwe kracht, nieuw leven vinden.

Het ene verhaal gaat over het dochtertje van Jaïrus, de overste van de synagoge. De huisgenoten van Jaïrus komen melden dat zij overleden is, maar Jezus gaat naar haar toe en wekt haar op. Het tweede verhaal, over de vrouw die al twaalf jaar bloed verliest, is letterlijk in het andere verhaal ingeschoven. De vrouw dringt zich door de massa tot bij Jezus, raakt zijn mantel aan en terstond is zij van haar ziekte verlost. Bij zulke verhalen stellen mensen dikwijls de vraag of deze mirakels wel echt gebeurd zijn. Maar dat is wellicht de verkeerde vraag stellen aan zulke teksten. Want bij deze verhalen gaat het er niet om te achterhalen of ze wel echt zo gebeurd en in die zin historisch ‘waar’ zijn. Maar wel of deze verhalen ‘waar’ zijn in de betekenis: of wij hier en nu, in ons leven, mogen ervaren dat Jezus ook ons, te midden van ziekte, lijden en dood, nieuw leven schenkt. Het zijn geloofsverhalen als deze die ons helpen ons geloof in Jezus te versterken en onze persoonlijke relatie met Hem te voeden. Eenieder die ooit al eens terecht gekomen is in een wanhopige situatie, hetzij door ziekte, hetzij door verlies van werk, of van een geliefde partner of van een kind, die herkent zich in deze verhalen. En ook tot hen – ook tot ons – zegt Jezus: “Weest niet bang, maar blijf geloven.” Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. “IJdele hoop”, zeggen we dan. Want als ongeluk ons treft, dan krijgt ons geloof in een God die het goed met ons voorheeft een flinke knauw. En vaak worden wij in die geloofstwijfel gesterkt, wanneer men ook ons toeroept: “Waartoe zoudt ge de Meester nog lastig vallen?”, zoals de huisgenoten van Jaïrus doen.

Maar de moed is zowel Jaïrus, als de zieke vrouw, niet geheel in de schoenen gezonken en beiden gaan naar Jezus toe. De vrouw heeft haar gehele vermogen uitgegeven aan dokters, maar zonder enig resultaat, wel integendeel. En Jaïrus zoekt zijn heil niet in de eigen farizeïsche kring.

De verhalen tonen aan: waar we stoten op de grenzen van ons menselijk kunnen, waar we van de platgetreden paden durven afwijken, daar komt ruimte vrij voor Gods werking in ons leven, voor zijn liefdevolle aanwezigheid. Zoals Jezus naar het meisje toegaat en haar aanraakt, zo gaat Jezus naar elke mens die overspoeld dreigt te geraken door wanhoop door ziekte of dreigende dood. Dit betekent niet dat Jezus tegenslag, lijden, ziekte en pijn zou kunnen wegnemen. Maar wel dat Hij ons in lijden, ziekte en pijn, zelfs tot in de dood, heel nabij is en ons aanraakt met zijn liefde. Hij laat ons nooit los. Dit geloof en vertrouwen kan ons een innerlijke levenskracht bieden die sterker is dan ziekte en dood.

“God heeft alles geschapen om te leven”, aldus de auteur van het boek Wijsheid. “Voor de onsterfelijkheid heeft Hij de mens geschapen, als een afspiegeling van zijn eigen wezen.” Hij komt ieder mens nabij met zijn liefde. Onze naam staat geschreven in de palm van zijn hand, hier en nu, in dit leven, en tot in eeuwigheid.

maandag 28 mei 2018

Friday, Bloody Friday


“Do you know what Ireland is? asked Stephen with cold violence. Ireland is the old sow that eats her farrow.”

(James Joyce, Portrait of the Artist as a Young Man)